Inklingo

asistir

ah-sees-TEERasisˈtiɾ

asistir betekent bijwonen in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

bijwonen, naar ... gaanOok: aanwezig zijn bij

WerkwoordA1regular ir
Een hoogwaardige illustratie die een jonge student toont die aandachtig aan een bureau in een felgekleurd klaslokaal zit en zich concentreert op een leraar (buiten beeld).
infinitiveasistir
gerundasistiendo
past Participleasistido

📝 In Actie

¿Vas a asistir a la reunión de mañana?

A1

Ga je de vergadering van morgen bijwonen?

Ella asiste a clases de baile todos los viernes.

A2

Zij gaat elke vrijdag naar dansles.

Muchos estudiantes asistieron al concierto benéfico.

B1

Veel studenten woonden het liefdadigheidsconcert bij.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • asistir a un eventoeen evenement bijwonen
  • asistir a clasenaar les gaan

assisteren, helpenOok: zorgen voor

WerkwoordB1regular irformal
Een hoogwaardige illustratie die een jongere persoon afbeeldt die zachtjes de arm van een oudere persoon ondersteunt en hen helpt een klein trappetje of stoepje op te stappen.
infinitiveasistir
gerundasistiendo
past Participleasistido

📝 In Actie

Los paramédicos asistieron a los heridos en el accidente.

B1

De ambulancebroeders assisteerden de gewonden bij het ongeval.

El abogado debe asistir a su cliente en el proceso legal.

B2

De advocaat moet zijn cliënt bijstaan in het juridische proces.

La enfermera asiste al cirujano durante la operación.

B2

De verpleegkundige assisteert de chirurg tijdens de operatie.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • ayudar (helpen)
  • socorrer (redden/helpen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • asistir a un pacienteeen patiënt verzorgen
  • asistir a un necesitadoiemand in nood helpen

Indicative

Present

yoasisto
asistes
él/ella/ustedasiste
nosotrosasistimos
vosotrosasistís
ellos/ellas/ustedesasisten

Imperfect

yoasistía
asistías
él/ella/ustedasistía
nosotrosasistíamos
vosotrosasistíais
ellos/ellas/ustedesasistían

Preterite

yoasistí
asististe
él/ella/ustedasistió
nosotrosasistimos
vosotrosasististeis
ellos/ellas/ustedesasistieron

Subjunctive

Present Subjunctive

yoasista
asistas
él/ella/ustedasista
nosotrosasistamos
vosotrosasistáis
ellos/ellas/ustedesasistan

Imperfect Subjunctive

yoasistiera
asistieras
él/ella/ustedasistiera
nosotrosasistiéramos
vosotrosasistierais
ellos/ellas/ustedesasistieran

🔀 Commonly Confused With

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "asistir" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: asistir

Vraag 1 van 2

Welk werkwoord moet je gebruiken als je wilt zeggen 'Ik wil je helpen het hek te schilderen'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *assistere*, wat letterlijk 'ernaast staan' of 'een positie innemen dichtbij' betekende, wat leidde tot de moderne betekenissen van zowel 'aanwezig zijn' als 'helpen'.

Eerste vermelding: Medieval Latin

Cognaten (Verwante woorden)

English: assistPortuguese: assistir

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'asistir' een valse vriend met het Engelse 'assist'?

Nee, het is een echte cognate! Maar het heeft twee hoofdbetekenissen. Hoewel het 'assisteren' of 'helpen' betekent (vooral in formele contexten), is de meest voorkomende betekenis 'bijwonen' of 'aanwezig zijn bij' (zoals een les of vergadering), wat het vaak verwarrend maakt voor Engelstaligen.

Moet ik 'a' gebruiken na 'asistir'?

Ja, bijna altijd. Of je nu 'een evenement bijwonen' of 'een persoon helpen' bedoelt, het Spaans vereist het voorzetsel *a* direct na het werkwoord.