bendito
“bendito” betekent “gezegend” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
gezegend, geliefd
Ook: onschuldig, lief
📝 In Actie
El sacerdote roció agua bendita sobre la multitud.
B1De priester besprenkelde de menigte met wijwater.
¡Qué bendito día hemos tenido! El sol brilló toda la mañana.
B2Wat een gezegende dag hebben we gehad! De zon scheen de hele ochtend.
Mi bendito abuelo siempre me cuenta las mismas historias.
B2Mijn lieve opa vertelt me altijd dezelfde verhalen.
Ach jee
Ook: God zegene hem, Verdorie
📝 In Actie
¡Bendito! El gatito se cayó del árbol.
B2Ach jee! Het poesje is uit de boom gevallen.
¡Bendito sea! Por fin llegó la ayuda.
C1Godzijdank! De hulp is eindelijk gearriveerd.
¡Bendito! ¿De verdad perdiste el autobús otra vez?
C1Man, man! Heb je echt weer de bus gemist?
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: bendito
Vraag 1 van 2
Welke Nederlandse zin vangt de betekenis van de uitroep '¡Bendito! ¡Se me olvidó el cumpleaños de mi madre!' het beste?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'benedictus', wat het voltooid deelwoord was van 'benedicere'. Dit betekende letterlijk 'goed spreken over', en evolueerde later naar 'zegenen' in een religieuze zin.
Eerste vermelding: Around the 10th-11th century in Old Spanish.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wordt 'bendito' alleen in religieuze contexten gebruikt?
Absoluut niet! Hoewel de oorsprong religieus is (betekent 'gezegend'), wordt het veel vaker in het dagelijks Spaans gebruikt om sterke gevoelens uit te drukken, zoals genegenheid ('mi bendito hijo' - mijn lieve zoon) of frustratie ('el bendito tráfico' - dat verdomde verkeer).
Hoe verschilt 'bendito' van 'bendición'?
'Bendición' is een zelfstandig naamwoord dat 'een zegen' betekent (zoals 'een zegen ontvangen'). 'Bendito' is het bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord, wat 'gezegend' betekent (iets beschrijvend dat een zegen heeft ontvangen).

