cara
“cara” betekent “gezicht” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
gezicht
Ook: kant, uitdrukking, voorkant
📝 In Actie
Me lavo la cara todas las mañanas.
A1Ik was elke ochtend mijn gezicht.
La moneda tiene dos caras: cara y cruz.
A2De munt heeft twee kanten: kop en munt.
Puso mala cara cuando le conté el problema.
B1Hij zette een zuur gezicht toen ik hem over het probleem vertelde.
Escribe tu nombre en la cara frontal del sobre.
B1Schrijf uw naam op de voorkant van de envelop.
duur
Ook: kostbaar
📝 In Actie
Esta falda es muy cara para mí.
A2Deze rok is te duur voor mij.
La vida en la capital es bastante cara.
B1Het leven in de hoofdstad is behoorlijk duur.
Compramos la casa más cara del barrio.
B2We kochten het duurste huis in de buurt.
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: cara
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'cara' om 'duur' te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Interessant genoeg komen de twee hoofdbetekenissen van 'cara' uit verschillende bronnen. Het zelfstandig naamwoord 'cara' (gezicht) komt van het Latijnse woord 'cara', dat waarschijnlijk afkomstig is van het Griekse 'κάρα' (kára), wat 'hoofd' betekent. Het bijvoeglijk naamwoord 'cara' (duur) komt van het Latijnse woord 'cārus', wat 'lief' of 'geliefd' betekende, en later 'kostbaar' ging betekenen.
Eerste vermelding: 10th century (for face), 12th century (for expensive)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'cara' en 'rostro'?
Beide betekenen 'gezicht', maar 'rostro' is iets formeler of poëtischer. Je ziet het vaker in literatuur of formele spraak. Voor alledaagse gesprekken is 'cara' veel gebruikelijker.
Waarom zijn 'gezicht' en 'duur' hetzelfde woord?
Ze zijn eigenlijk niet hetzelfde woord, ze zien er alleen identiek uit! Ze komen uit compleet verschillende wortels in het Latijn. Dit heet een 'homoniem', en het komt in veel talen voor, net als 'bank' (zitmeubel) en 'bank' (geldinstelling) in het Nederlands.

