Inklingo

causar

veroorzaken?De reden zijn voor een gebeurtenis of gevoel,oproepen?Een reactie teweegbrengen
Ook:teweegbrengen?To initiate an outcome,genereren?To produce something abstract (e.g., interest)

kah-oo-SAHR

/kau̯ˈsaɾ/
WerkwoordA2regular ar
neutral
Eén vinger duwt op een grote rode knop, waardoor een heldere gloeilamp erboven onmiddellijk oplicht.

Snelle Referentie

infinitivecausar
gerundcausando
past Participlecausado

📝 In Actie

El ruido de la calle me causó un dolor de cabeza.

A2

Het straatlawaai veroorzaakte me hoofdpijn.

La nueva ley causó mucha controversia entre la gente.

B1

De nieuwe wet riep veel controverse op onder de mensen.

Su discurso causó una gran impresión en los votantes.

B2

Zijn toespraak maakte een grote indruk op de kiezers.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • provocar (oproepen)
  • generar (genereren)
  • originar (veroorzaken (als oorsprong hebben))

Antoniemen

  • evitar (vermijden)
  • detener (stoppen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • causar dañoschade veroorzaken
  • causar problemasproblemen veroorzaken
  • causar risalachen veroorzaken

💡 Grammaticapunten

Eenvoudige Zinsstructuur

De structuur is eenvoudig: [Het Ding Dat Het Veroorzaakt] + causar + [Het Resultaat/Gevolg]. Bijvoorbeeld: 'El frío causó la enfermedad' (De kou veroorzaakte de ziekte).

❌ Veelgemaakte Fouten

Gebruik van 'Hacer' in plaats van 'Causar'

Fout:Hizo un problema (Hij maakte een probleem).

Correctie: Causó un problema (Hij veroorzaakte een probleem). 'Causar' is beter wanneer je verwijst naar de oorsprong van een abstract negatief gevolg, zoals problemen of moeilijkheden.

⭐ Gebruikstips

Focus op Abstracte Resultaten

Gebruik 'causar' voornamelijk wanneer het gevolg abstract is, zoals emoties (alegría, tristeza), reacties (risa, controversia), of negatieve situaties (daño, problemas).

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedcausa
yocauso
causas
ellos/ellas/ustedescausan
nosotroscausamos
vosotroscausáis

imperfect

él/ella/ustedcausaba
yocausaba
causabas
ellos/ellas/ustedescausaban
nosotroscausábamos
vosotroscausabais

preterite

él/ella/ustedcausó
yocausé
causaste
ellos/ellas/ustedescausaron
nosotroscausamos
vosotroscausasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedcause
yocause
causes
ellos/ellas/ustedescausen
nosotroscausemos
vosotroscauséis

imperfect

él/ella/ustedcausara
yocausara
causaras
ellos/ellas/ustedescausaran
nosotroscausáramos
vosotroscausarais

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: causar

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'causar' correct?

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

📚 Meer bronnen

Woordfamilie

Veelgestelde Vragen

Is 'causar' hetzelfde als 'hacer' (maken/doen)?

Niet helemaal. Hoewel beide 'iets laten gebeuren' kunnen betekenen, richt 'causar' zich specifiek op de *oorsprong* of de *reden* achter een resultaat, vooral abstracte resultaten zoals gevoelens, schade of reacties. 'Hacer' is breder en verwijst vaak naar het fysiek creëren of uitvoeren van een actie.