Inklingo

enferma

ziek?zich onwel voelen,onwel?niet lekker
Ook:niet lekker?physical condition

en-FÉR-ma

/eŋˈfeɾma/
neutral
Een jonge vrouw ligt in bed onder een heldere deken, ziet er bleek en ongemakkelijk uit, wat aangeeft dat ze ziek is.

Als bijvoeglijk naamwoord beschrijft enferma een vrouw die zich ziek of onwel voelt.

enferma(Bijvoeglijk naamwoord)

fA1

ziek

?

zich onwel voelen

,

onwel

?

niet lekker

Ook:

niet lekker

?

physical condition

📝 In Actie

Mi abuela está enferma con la gripe.

A1

Mijn oma is ziek met de griep.

¿Estás enferma? Deberías quedarte en casa.

A2

Ben je ziek? Je zou thuis moeten blijven.

Llegó a la reunión, aunque estaba visiblemente enferma.

B1

Ze kwam naar de vergadering, ook al was ze zichtbaar onwel.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • indispuesta (onwel)
  • mal (slecht/minder)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • caer enfermaziek worden
  • gravemente enfermaernstig ziek

💡 Grammaticapunten

Naamvallen (Geslachtsbepaling)

Aangezien dit een bijvoeglijk naamwoord is dat een vrouwelijk persoon of zaak beschrijft, eindigt het woord op '-a'. Als je over een man zou praten, zou je 'enfermo' gebruiken.

Ser vs. Estar

Gebruik altijd 'estar' (zoals 'ze is') met 'enferma' omdat ziekte een tijdelijke toestand of conditie is. Het gebruik van 'ser' zou suggereren dat het een permanent onderdeel van haar identiteit is, wat onnatuurlijk klinkt. In het Nederlands gebruiken we meestal 'zijn' (vergelijkbaar met 'estar' in deze context).

❌ Veelgemaakte Fouten

Het verkeerde werkwoord gebruiken

Fout:Ella es enferma.

Correctie: Ella está enferma. (Het gebruik van 'estar' is correct omdat de ziekte een tijdelijke situatie is, geen permanent kenmerk. In het Nederlands: 'Zij is ziek' (zijn) is correct, maar de Spaanse regel vereist 'estar'.)

⭐ Gebruikstips

Een voorzichtige manier om te vragen

In plaats van direct te vragen '¿Estás enferma?' (Ben je ziek?), kun je beleefd vragen '¿Te sientes bien?' (Voel je je goed?) als je vermoedt dat iemand zich niet lekker voelt.

Een vrouw in een lichtblauw ziekenhuisschort rechtop in een schoon ziekenhuisbed, wat een vrouwelijke patiënt voorstelt.

Als zelfstandig naamwoord verwijst enferma naar een vrouwelijke patiënt die medische zorg ontvangt.

enferma(Zelfstandig naamwoord)

fA2

patiënt (vrouwelijk)

?

in een ziekenhuis of kliniek

,

zieke vrouw

?

een vrouw die ziek is

📝 In Actie

La enferma necesita descansar mucho.

A2

De patiënte heeft veel rust nodig.

Los doctores visitaron a cada enferma en la sala.

B1

De dokters bezochten elke zieke vrouw op de afdeling.

Woordverbindingen

Synoniemen

💡 Grammaticapunten

Gebruik van 'La'

Wanneer 'enferma' als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, vereist het het lidwoord 'la' (of 'una') om 'de patiënte' of 'een patiënte' te betekenen. Dit is vergelijkbaar met het gebruik van 'de' of 'een' in het Nederlands voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord.

Een klein, zichtbaar groen cartoonkiem dat snel naar een verrast persoon zweeft, wat de actie van iemand ziek maken symboliseert.

De werkwoordsvorm enferma (3e persoon enkelvoud) betekent 'maakt ziek', wat een agens toont die ziekte veroorzaakt.

enferma(Werkwoord)

B1regular ar

maakt ziek

?

3e persoon enkelvoud, tegenwoordige tijd van 'enfermar'

Ook:

wordt ziek

?

3rd person singular, present tense of 'enfermarse' (reflexive)

📝 In Actie

El estrés crónico enferma a mucha gente.

B1

Chronische stress maakt veel mensen ziek.

Si no come bien, se enferma fácilmente.

B1

Als ze niet goed eet, wordt ze gemakkelijk ziek. (Reflexief gebruik: 'se enferma')

Woordverbindingen

Antoniemen

  • sanar (genezen)

💡 Grammaticapunten

Het basiswerkwoord: Enfermar

Deze vorm 'enferma' wordt gebruikt wanneer 'hij, zij of het' de actie uitvoert om iemand anders ziek te maken. Het is echter veel gebruikelijker om de reflexieve vorm, 'enfermarse', te gebruiken om 'ziek worden' te betekenen (bijv. 'Ella se enferma'). Dit komt overeen met het Nederlandse 'worden' (bv. 'Zij wordt ziek').

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedenferma
yoenfermo
enfermas
ellos/ellas/ustedesenferman
nosotrosenfermamos
vosotrosenfermáis

imperfect

él/ella/ustedenfermaba
yoenfermaba
enfermabas
ellos/ellas/ustedesenfermaban
nosotrosenfermábamos
vosotrosenfermabais

preterite

él/ella/ustedenfermó
yoenfermé
enfermaste
ellos/ellas/ustedesenfermaron
nosotrosenfermamos
vosotrosenfermasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedenferme
yoenferme
enfermes
ellos/ellas/ustedesenfermen
nosotrosenfermememos
vosotrosenferméis

imperfect

él/ella/ustedenfermára/enfermase
yoenfermára/enfermase
enfermáras/enfermases
ellos/ellas/ustedesenfermáran/enfermasen
nosotrosenfermáramos/enfermásemos
vosotrosenfermárais/enfermaseis

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: enferma

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'enferma' correct als bijvoeglijk naamwoord?

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'enferma' en 'enfermero'?

'Enferma' is een bijvoeglijk naamwoord dat 'ziek' (vrouwelijk) betekent of een zelfstandig naamwoord dat 'de patiënte' (vrouwelijk) betekent. 'Enfermero/a' is het zelfstandig naamwoord voor het beroep, wat 'verpleegkundige' (mannelijk/vrouwelijk) betekent.

Wanneer moet ik 'se' toevoegen voor 'enferma'?

Als je wilt zeggen dat iemand 'ziek wordt' of 'ziek valt' (wat de meest voorkomende manier is om over het begin van een ziekte te praten), heb je het reflexieve voornaamwoord 'se' nodig: 'Ella se enferma con el frío' (Zij wordt ziek van de kou). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'worden' (bv. 'Ik word ziek').