revestir
“revestir” betekent “bekleden” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
bekleden, bekleden
Ook: bekleden, bekleden
📝 In Actie
Decidimos revestir la fachada con piedra natural.
B1We besloten de gevel te bekleden met natuursteen.
El sastre va a revestir el interior del abrigo con seda roja.
B2De kleermaker gaat de binnenkant van de jas bekleden met rode zijde.
Es necesario revestir las tuberías para protegerlas del frío.
B2Het is noodzakelijk de leidingen te bekleden om ze te beschermen tegen de kou.
bezitten, aannemen
Ook: inhouden
📝 In Actie
Este hallazgo reviste una importancia histórica sin precedentes.
C1Deze ontdekking bezit een ongekende historische betekenis.
La situación reviste cierta gravedad.
B2De situatie is van een zekere ernst (het krijgt een serieuze toon aan).
Sus palabras siempre revisten un tono de misterio.
C1Zijn woorden nemen altijd een toon van mysterie aan.
🔄 Vervoegingen
subjunctive
imperfect
present
indicative
preterite
imperfect
present
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: revestir
Vraag 1 van 3
Welke vorm van 'revestir' is correct voor 'Zij bekleedden' (Verleden tijd)?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Van het Latijnse 're-' (opnieuw/terug) en 'vestire' (kleden). Het betekent letterlijk 'opnieuw kleden' of 'een tweede huid geven'.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'revestir' hetzelfde als 'cubrir'?
Niet helemaal. 'Cubrir' is algemeen (bedekken). 'Revestir' impliceert het toevoegen van een specifieke laag voor decoratie, bescherming of een formele kwaliteit.
Is het een veelgebruikt woord?
Het is redelijk gebruikelijk. Je hoort het elke dag als je in architectuur of design werkt, en je ziet het vaak in nieuwsberichten.
Verandert de spelling in alle verleden tijden?
Nee. Het verandert alleen van 'e' naar 'i' in de derde persoon (él/ellos) van de verleden tijd (preteritum).

