Inklingo

tienen

tyeh-nen/ˈtje.nen/

zij hebben, u heeft / jullie hebben

Ook: zij bezitten, zij bezitten
WerkwoordA1irregular er
Drie blije cartoonkinderen die naast een glimmend nieuw speelgoedkarretje staan dat ze bezitten.
infinitivetener
gerundteniendo
past Participletenido

📝 In Actie

Ellos tienen un coche nuevo.

A1

Zij hebben een nieuwe auto.

Ustedes tienen dos hijos, ¿verdad?

A1

Jullie hebben twee kinderen, toch?

Mis vecinos tienen un perro muy ruidoso.

A2

Mijn buren hebben een zeer luidruchtige hond.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • poseen (zij bezitten)

Antoniemen

  • carecen (zij missen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • tienen mucho dinerozij hebben veel geld
  • tienen una casa grandezij hebben een groot huis
  • tienen problemaszij hebben problemen

zij zijn, u bent / jullie zijn

WerkwoordA1irregular er
Drie cartoonfiguren van licht verschillende hoogtes die samen staan onder een opkomende zon die de jaren symboliseert die ze bezitten.
infinitivetener
gerundteniendo
past Participletenido

📝 In Actie

Mis hermanos tienen veinte y veintidós años.

A1

Mijn broers zijn twintig en tweeëntwintig jaar oud.

Los gemelos tienen la misma edad.

A2

De tweeling is even oud.

Woordverbindingen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • tener X añosX jaar oud zijn

zij hebben, u heeft / jullie hebben

Ook: zij voelen
WerkwoordA1irregular er
Drie cartoonkinderen die hun lege magen wrijven en hongerig kijken.
infinitivetener
gerundteniendo
past Participletenido

📝 In Actie

Los niños tienen hambre.

A1

De kinderen hebben honger.

Si tienen frío, pueden cerrar la ventana.

A1

Als jullie het koud hebben, kunnen jullie het raam sluiten.

Mis padres siempre tienen sueño después de comer.

A2

Mijn ouders zijn altijd slaperig na het eten.

Ellos tienen miedo de la oscuridad.

A2

Zij zijn bang voor het donker.

Woordverbindingen

Veelvoorkomende Collocaties

  • tienen hambrezij hebben honger
  • tienen sedzij hebben dorst
  • tienen fríozij hebben het koud
  • tienen calorzij hebben het warm
  • tienen sueñozij hebben slaap
  • tienen miedozij hebben angst
  • tienen prisazij hebben haast

zij moeten, u moet / jullie moeten

Ook: zij moeten
Verb PhraseA2irregular er
Drie cartoonstudenten die zachtjes door een dik touw naar een groot open boek worden getrokken, wat verplichting symboliseert.
infinitivetener
gerundteniendo
past Participletenido

📝 In Actie

Tienen que estudiar para el examen.

A2

Zij moeten studeren voor het examen.

Ustedes tienen que salir ahora.

A2

Jullie moeten nu weggaan.

Los jugadores tienen que entrenar todos los días.

B1

De spelers moeten elke dag trainen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • deben (zij moeten/zouden moeten)

Veelvoorkomende Collocaties

  • tienen que irsezij moeten weggaan
  • tienen que hacer la tareazij moeten huiswerk maken
  • tienen que decidirzij moeten beslissen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedtiene
yotengo
tienes
ellos/ellas/ustedestienen
nosotrostenemos
vosotrostenéis

imperfect

él/ella/ustedtenía
yotenía
tenías
ellos/ellas/ustedestenían
nosotrosteníamos
vosotrosteníais

preterite

él/ella/ustedtuvo
yotuve
tuviste
ellos/ellas/ustedestuvieron
nosotrostuvimos
vosotrostuvisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedtenga
yotenga
tengas
ellos/ellas/ustedestengan
nosotrostengamos
vosotrostengáis

imperfect

él/ella/ustedtuviera
yotuviera
tuvieras
ellos/ellas/ustedestuvieran
nosotrostuviéramos
vosotrostuvierais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "tienen" in het Spaans:

zij bezittenzij hebbenzij moeten

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: tienen

Vraag 1 van 3

Welke zin gebruikt correct een vorm van 'tener' om over leeftijd te praten?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
tener(hebben)Werkwoord
tenencia(bezit, eigendom)Zelfstandig naamwoord
tenedor(houder, eigenaar (ook vork))Zelfstandig naamwoord
mantener(onderhouden, behouden)Werkwoord
contener(bevatten)Werkwoord
obtener(verkrijgen, krijgen)Werkwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord 'tenēre', wat 'vasthouden, bewaren, bezitten' betekende. In de loop van de tijd breidde de betekenis zich in het Spaans uit naar veel situaties waar het Nederlands het werkwoord 'zijn' zou gebruiken, zoals bij leeftijd en lichamelijke sensaties.

Eerste vermelding: Around the 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: têmItalian: tengonoFrench: tiennent

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Waarom betekent 'tienen' zowel 'zij hebben' als 'zij zijn'?

Goede vraag! Het betekent niet in elke situatie 'zij zijn', maar alleen in specifieke gevallen die je kunt onthouden. Denk aan 'tener' als 'bezitten' of 'vasthouden'. In het Spaans 'bezit' je dus jaren (voor leeftijd), je 'houdt' honger vast (voor honger hebben), en je 'houdt' kou vast (voor het koud hebben). Het is een andere manier van denken over deze toestanden vergeleken met het Nederlands.

Wat is het verschil tussen 'tienen' en 'han'?

Dit is een veelvoorkomend punt van verwarring. Gebruik 'tienen' als je het hebt over bezit ('Zij hebben een auto'). Gebruik 'han' als hulpwerkwoord om complexere tijden te vormen, zoals 'Zij hebben gegeten' ('Ellos han comido'). Dus, als 'hebben' de hoofdactie is, gebruik je 'tienen'. Als het een ander werkwoord helpt, gebruik je 'han'.

Wanneer gebruik ik 'tienen' versus 'tenéis'?

'Tienen' is voor 'ellos/ellas/ustedes' (zij/u allen). 'Tenéis' is voor 'vosotros/vosotras' (jullie, informeel). 'Vosotros' wordt bijna uitsluitend in Spanje gebruikt. In Latijns-Amerika en voor formele situaties in Spanje, gebruik je altijd 'tienen' voor 'jullie allen'.