vivimos
bee-VEE-mos
/biˈβi.mos/
Vivimos (wij wonen) hier, in dit gezellige huis.
vivimos(Verb (Conjugated Form))
wij wonen
?in de zin van verblijven op een locatie
,wij leven
?huidige actie van verblijven
📝 In Actie
Vivimos en una ciudad pequeña con mucha historia.
A1We wonen in een kleine stad met veel geschiedenis.
¿Dónde vivís vosotros? Nosotros vivimos cerca del parque.
A2Waar wonen jullie? Wij wonen dicht bij het park.
💡 Grammaticapunten
De 'Wij'-Vorm
Deze vorm, 'vivimos', gebruik je als het onderwerp 'nosotros' of 'nosotras' (wij) is. Het geeft aan dat een groep, inclusief de spreker, de actie uitvoert.
Dubbele Betekenis in de Tegenwoordige Tijd
In het Spaans kan 'vivimos' zowel 'wij wonen' (gewoonte) als 'wij zijn aan het wonen/leven' (actie die nu plaatsvindt) betekenen. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we vaak de voltooid tegenwoordige tijd gebruiken voor de directe tegenwoordige tijd.

Vivimos (wij leven) en zitten vol energie onder de zon.
vivimos(Verb (Conjugated Form))
wij leven
?algemeen bestaan
,wij bestaan
?filosofische of algemene zin
📝 In Actie
Mientras tengamos salud, ¡vivimos bien!
A1Zolang we gezond zijn, leven we goed!
No solo respiramos, sino que de verdad vivimos cada momento.
B1We ademen niet alleen, maar we leven elk moment echt.
⭐ Gebruikstips
Het Grotere Plaatje
Wanneer 'vivimos' wordt gebruikt zonder een specifieke locatie te noemen, verwijst het meestal naar de daad van het leven of de kwaliteit van het leven zelf.

Vivimos (wij ervaren) dit prachtige gezicht samen.
vivimos(Verb (Conjugated Form))
wij beleven
?een gebeurtenis meemaken
,wij maken mee
?een moeilijke situatie
wij doorleven
?surviving an event
📝 In Actie
Vivimos momentos de mucha incertidumbre económica.
B1We maken momenten van grote economische onzekerheid mee.
Aunque la situación es difícil, vivimos con optimismo.
B2Hoewel de situatie moeilijk is, leven we met optimisme.
💡 Grammaticapunten
Lijdend Voorwerp
In deze betekenis krijgt 'vivimos' vaak een lijdend voorwerp — het ding of de situatie die wordt ervaren (bv. 'Vivimos la guerra' - Wij hebben de oorlog meegemaakt).

Vivimos (wij verdienen de kost) door elke dag in de tuin te werken.
vivimos(Verb (Conjugated Form))
wij verdienen de kost
?hoe we financieel overleven
,wij leven van
?hoe we overleven
wij leven van
?source of income
📝 In Actie
Vivimos de nuestro trabajo en la agricultura.
B2Wij verdienen de kost met ons werk in de landbouw.
Afortunadamente, no vivimos al día, podemos ahorrar un poco.
C1Gelukkig leven we niet van dag tot dag (leven op de pof); we kunnen een beetje sparen.
💡 Grammaticapunten
Gebruik van 'De'
Wanneer je praat over de bron van je inkomen of overleving, heb je bijna altijd het voorzetsel 'de' (van) nodig na 'vivimos'.
❌ Veelgemaakte Fouten
Ontbrekend Voorzetsel
Fout: “Vivimos el sueldo.”
Correctie: Vivimos del sueldo. (Wij leven van het salaris.) Het voorzetsel 'de' is hier noodzakelijk.
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: vivimos
Vraag 1 van 2
Welke van deze zinnen gebruikt 'vivimos' om 'wij verdienen de kost' te betekenen?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Waarom komt 'vivimos' voor in twee verschillende tijden (tegenwoordige tijd en onvoltooid verleden tijd)?
Dat is een uitstekende vraag! In het Spaans is de 'nosotros' (wij) vorm van '-ir' werkwoorden zoals 'vivir' identiek in zowel de onvoltooid verleden tijd (preteritum) als de tegenwoordige tijd. De context of tijdsindicatoren (zoals 'ayer' of 'vandaag') maken altijd duidelijk welke tijd bedoeld is. Bijvoorbeeld: 'Hoy vivimos aquí' (Vandaag wonen wij hier) versus 'Ayer vivimos un terremoto' (Gisteren hebben wij een aardbeving meegemaakt).
Hoe kan ik zien of 'vivimos' 'wij wonen' of 'wij zijn aan het wonen/leven' betekent?
Het Spaans gebruikt 'vivimos' voor beide betekenissen. Als je wilt benadrukken dat de actie nu plaatsvindt, kun je de onvoltooid tegenwoordige tijd gebruiken: 'Estamos viviendo'. Anders is 'vivimos' flexibel en dekt het zowel de algemene gewoonte ('wij wonen hier') als de huidige actie ('wij maken deze crisis mee').