Hoe zeg je "speelt" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “speelt” is “juega” — gebruik 'juega' als het gaat om het spelen van een spel, sport of een activiteit waarbij men plezier maakt of meedoet aan een spel..
juega
HWEH-gah/ˈxwe.ɣa/

Voorbeelden
Mi hija juega al fútbol en el parque.
Mijn dochter speelt voetbal in het park.
Usted juega muy bien a las cartas.
U speelt heel goed kaart.
¡Juega la pelota rápido!
Speel de bal snel! (Informeel bevel aan een vriend)
Stamwisseling (u → ue)
Jugar is speciaal! De 'u' in het midden verandert in 'ue' in de meeste tegenwoordige tijd vormen (juego, juegas, juega), maar NIET voor 'nosotros' of 'vosotros' (jugamos, jugáis).
Gebruik van 'Juega' voor bevelen
'¡Juega!' is de eenvoudige, informele manier om één vriend te zeggen dat hij moet spelen of actie moet ondernemen (tú-vorm). Voor formele bevelen moet je '¡Juegue!' gebruiken.
Voorzetsel bij sporten
Fout: “Él juega el fútbol.”
Correctie: Él juega al fútbol. (Gebruik 'a + el' wat samentrekt tot 'al' als je het over een specifieke sport of spel hebt.)
toca
/TOH-kah//ˈtoka/

Voorbeelden
Mi hermano toca la guitarra muy bien.
Mijn broer speelt heel goed gitaar.
El DJ toca música en la fiesta.
De DJ speelt muziek op het feest.
Het gebruik van het lidwoord
In het Spaans moet je, als je zegt dat iemand een instrument bespeelt, het bepaald lidwoord (el, la) vóór het instrument gebruiken: 'toca la trompeta'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we vaak 'gitaar spelen' zeggen zonder lidwoord.
Verwarring tussen 'spelen' (sport) en 'spelen' (muziek)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

