Hoe zeg je "afgelopen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “afgelopen” is “listo” — gebruik 'listo' als 'afgelopen' betekent dat iets voltooid of klaar is..
Voorbeelden
La tarea está lista.
De taak is afgerond.
pasado
/pa-SA-do//paˈsa.ðo/

Voorbeelden
El mes pasado fui de vacaciones.
Vorige maand ging ik op vakantie.
El año pasado viajé a México.
Vorig jaar reisde ik naar Mexico.
La semana pasada no tuvimos clase.
Vorige week hadden we geen les.
El arroz está un poco pasado, pero se puede comer.
De rijst is een beetje te gaar, maar hij is eetbaar.
Zorg voor overeenstemming
'Pasado' is als een kameleon. Het verandert zijn uitgang om overeen te komen met het woord dat het beschrijft. Gebruik 'pasado' voor mannelijke woorden (el año pasado) en 'pasada' voor vrouwelijke woorden (la semana pasada).
Waar komt het te staan?
Bij het spreken over tijd komt 'pasado' bijna altijd direct ná het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft, zoals in 'el fin de semana pasado' (afgelopen weekend).
Ook een werkwoordsdeel
Je zult 'pasado' ook zien in combinatie met het werkwoord 'haber' om te praten over dingen die 'gebeurd zijn'. Bijvoorbeeld: 'He pasado un buen día' (Ik heb een goede dag gehad). Hier is het onderdeel van het werkwoord 'pasar'.
Pasado versus Laatste
Fout: “Het gebruik van 'último' om 'vorig jaar' aan te duiden.”
Correctie: 'El año pasado' betekent 'het jaar vóór dit jaar' (bijv. 2023). 'El último año' betekent 'het laatste jaar' (bijv. het laatste jaar van de universiteit). Voor tijdsperioden vlak voor nu, gebruik je 'pasado'.
Verwarring tussen 'klaar' en 'vorige'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
