pasado
pa-SA-do
/paˈsa.ðo/
Als bijvoeglijk naamwoord kan pasado 'oudbakken' betekenen bij het beschrijven van voedsel dat niet meer vers is.
pasado(Bijvoeglijk naamwoord)
afgelopen
?verwijzend naar de tijdsperiode direct voorafgaand aan de huidige
,voorbije
?verwijzend naar een eerdere tijd
te gaar
?food that has been cooked too long
,oudbakken
?food that is no longer fresh
,uit de mode
?style that is no longer current
📝 In Actie
El año pasado viajé a México.
A1Vorig jaar reisde ik naar Mexico.
La semana pasada no tuvimos clase.
A1Vorige week hadden we geen les.
El arroz está un poco pasado, pero se puede comer.
B1De rijst is een beetje te gaar, maar hij is eetbaar.
Ese estilo está pasado de moda.
B2Die stijl is uit de mode.
💡 Grammaticapunten
Zorg voor overeenstemming
'Pasado' is als een kameleon. Het verandert zijn uitgang om overeen te komen met het woord dat het beschrijft. Gebruik 'pasado' voor mannelijke woorden (el año pasado) en 'pasada' voor vrouwelijke woorden (la semana pasada).
Waar komt het te staan?
Bij het spreken over tijd komt 'pasado' bijna altijd direct ná het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft, zoals in 'el fin de semana pasado' (afgelopen weekend).
Ook een werkwoordsdeel
Je zult 'pasado' ook zien in combinatie met het werkwoord 'haber' om te praten over dingen die 'gebeurd zijn'. Bijvoorbeeld: 'He pasado un buen día' (Ik heb een goede dag gehad). Hier is het onderdeel van het werkwoord 'pasar'.
❌ Veelgemaakte Fouten
Pasado versus Laatste
Fout: “Het gebruik van 'último' om 'vorig jaar' aan te duiden.”
Correctie: 'El año pasado' betekent 'het jaar vóór dit jaar' (bijv. 2023). 'El último año' betekent 'het laatste jaar' (bijv. het laatste jaar van de universiteit). Voor tijdsperioden vlak voor nu, gebruik je 'pasado'.
⭐ Gebruikstips
Tijdsuitdrukkingen
Dit is het woord dat je moet kennen om over het verleden te praten. Leer zinnen als 'el mes pasado' en 'la semana pasada' als één geheel uit je hoofd. Ze zijn ontzettend nuttig.

Als zelfstandig naamwoord betekent el pasado 'het verleden', verwijzend naar tijd die al voorbij is.
pasado(Zelfstandig naamwoord)
het verleden
?tijd die voorbij is gegaan
achtergrond
?a person's history or experience
📝 In Actie
Es importante no olvidar el pasado.
A2Het is belangrijk om het verleden niet te vergeten.
Ella tiene un pasado difícil, pero es muy fuerte.
B1Zij heeft een moeilijk verleden, maar ze is erg sterk.
Déjalo en el pasado y sigue adelante.
B1Laat het in het verleden en ga verder.
💡 Grammaticapunten
Altijd 'el pasado'
Wanneer het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt om 'het verleden' te betekenen, is het een mannelijk woord. Je zult het bijna altijd met 'el' ervoor zien: 'el pasado'.
⭐ Gebruikstips
Praten over Geschiedenis
Gebruik 'el pasado' als je in algemene of abstracte zin over tijd praat, zoals geschiedenis, herinneringen of iemands levensverhaal.
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: pasado
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'pasado' correct om 'vorige maand' te betekenen?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'el año pasado' en 'el último año'?
Goede vraag! 'El año pasado' verwijst naar het kalenderjaar direct vóór het huidige (bijv. als het 2024 is, is 'el año pasado' 2023). 'El último año' betekent 'het laatste jaar' van iets, zoals 'el último año de la universidad' (het laatste jaar van de universiteit). Het ene gaat dus over recentheid, het andere over finaliteit.
Waarom eindigt 'pasado' soms op '-a' (pasada)?
Wanneer 'pasado' als bijvoeglijk naamwoord (een beschrijvend woord) wordt gebruikt, moet het overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. Spaanse zelfstandige naamwoorden hebben een geslacht, mannelijk of vrouwelijk. Dus je zegt 'el año pasado' omdat 'año' mannelijk is, maar 'la semana pasada' omdat 'semana' (week) vrouwelijk is.