dado
DAH-doh
/ˈda.ðo/
📝 In Actie
Necesitamos un dado para jugar.
A1We hebben een dobbelsteen nodig om te spelen.
Tira el dado y mueve tu ficha.
A2Gooi de dobbelsteen en verplaats je pion.
Me salió un seis en el dado.
A2Ik heb een zes gegooid met de dobbelsteen.
💡 Grammaticapunten
Enkelvoud vs. Meervoud
Eén is 'un dado'. Twee of meer zijn 'dos dados'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'dobbelsteen' (enkelvoud) en 'dobbelstenen' (meervoud) duidelijk verschillen, maar in het Spaans is het meervoud ook 'dados'.
⭐ Gebruikstips
Spellen en Kans
U zult 'dado' het vaakst horen in de context van spellen, geluk en toeval. Het is het kleine kubusje met stippen erop.
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: dado
Vraag 1 van 2
In welke zin wordt 'dado' gebruikt om de kleine kubus te betekenen die men gebruikt bij het spelen?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'dado' en 'dado que'?
'Dado' op zichzelf is ofwel het speelstuk (een dobbelsteen) ofwel de verleden tijd van 'geven' (gegeven). De uitdrukking 'dado que' is een verbindingswoord dat 'aangezien' of 'omdat' betekent, en wordt gebruikt om een reden voor iets te introduceren.
Heeft 'dado' een relatie met het werkwoord 'dar'?
Ja en nee! Het bijvoeglijk naamwoord 'dado' (betekent 'gegeven') komt rechtstreeks van het werkwoord 'dar' (geven). Het zelfstandig naamwoord 'dado' (de dobbelsteen) heeft echter een totaal andere oorsprong uit het Arabisch. Ze zien er toevallig hetzelfde uit en klinken hetzelfde!