Hoe zeg je "klaar" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “klaar” is “listo” — gebruik 'listo' als iets of iemand voorbereid is op een specifieke actie of gebeurtenis, zoals eten dat bijna klaar is om geserveerd te worden..
listo
/lees-toh//ˈlisto/

Voorbeelden
La cena está casi lista.
Het avondeten is bijna klaar.
¿Estás listo para salir?
Ben je klaar om te gaan?
¡He terminado! ¡Listo!
Ik ben klaar! Af!
Altijd met 'Estar' gebruiken
Om te zeggen dat iemand of iets klaar is, moet je het werkwoord 'estar' gebruiken. Denk aan 'klaar' als een tijdelijke toestand, en 'estar' is het werkwoord voor toestanden en condities. Bijvoorbeeld: 'Estoy listo' (Ik ben klaar).
Overeenkomst in Geslacht en Getal
Net als de meeste bijvoeglijke naamwoorden verandert 'listo' om aan te sluiten bij de persoon of het ding dat het beschrijft. Gebruik 'lista' voor vrouwelijk enkelvoud (la cena está lista), 'listos' voor mannelijk meervoud (estamos listos), en 'listas' voor vrouwelijk meervoud (las maletas están listas).
'Ser' gebruiken in plaats van 'Estar'
Fout: “Soy listo para el examen.”
Correctie: Estoy listo para el examen. Het gebruik van 'ser' verandert de betekenis volledig naar 'Ik ben een slim persoon voor het examen', wat niet logisch is. Voor de toestand van 'klaar zijn' gebruik je altijd 'estar'.
hecha
AY-chah/ˈe.tʃa/

Voorbeelden
La tarea está hecha, por fin puedo descansar.
Het huiswerk is gedaan; ik kan eindelijk rusten.
¿La comida ya está hecha? ¡Tengo mucha hambre!
Is het eten al klaar? Ik heb veel honger!
Vrouwelijke congruentie
Als de vrouwelijke enkelvoudsvorm moet 'hecha' overeenkomen met een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals 'de taak' of 'het avondeten' (let op: 'de' in het Spaans is niet altijd 'de' in het Nederlands, maar de vorm moet vrouwelijk zijn, zoals bij 'la casa').
Ser vs. Estar
Wanneer het 'klaar' of 'gereed' betekent, wordt 'hecha' bijna altijd met 'estar' gebruikt, omdat het de tijdelijke toestand of het resultaat van een actie beschrijft. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse gebruik van 'zijn' (estar) voor tijdelijke staten.
De mannelijke vorm gebruiken
Fout: “La mesa está hecho.”
Correctie: La mesa está hecha. (Omdat 'mesa' vrouwelijk is, moet het voltooid deelwoord dat ook zijn, net als in het Nederlands waar je 'de tafel is klaar' zegt, niet 'de tafel is klaar [mannelijk]').
preparado
preh-pah-RAH-doh/pɾepaˈɾaðo/

Voorbeelden
¿Estás preparado para salir ahora mismo?
Ben je er klaar voor om nu meteen te vertrekken?
La comida ya está preparada, podemos comer.
Het eten is al klaargemaakt, we kunnen eten.
Ella es una candidata muy preparada para el puesto.
Zij is een zeer gekwalificeerde kandidaat voor de functie.
Het verandert van vorm
Omdat 'preparado' als een bijvoeglijk naamwoord fungeert, moet het zijn uitgang aanpassen aan het persoon of ding dat het beschrijft: 'preparada' (vrouwelijk enkelvoud), 'preparados' (mannelijk meervoud), en 'preparadas' (vrouwelijk meervoud). Dit is vergelijkbaar met hoe Nederlandse bijvoeglijke naamwoorden soms een -e krijgen (bv. de grote hond vs. een groot huis).
Gebruik met Estar vs. Ser
Gebruik 'estar preparado' (klaar zijn) om te praten over een tijdelijke staat van paraatheid. Gebruik 'ser preparado' (voorbereid/gekwalificeerd zijn) om iemands permanente vaardigheids- of opleidingsniveau te beschrijven. In het Nederlands gebruiken we meestal 'zijn' voor beide, maar de tijdelijkheid is cruciaal: 'Hij is klaar voor de race' (estar) versus 'Hij is een opgeleide ingenieur' (ser).
Vergeten van Geslacht/Getal Overeenkomst
Fout: “Los estudiantes está preparado.”
Correctie: Los estudiantes están preparados. (De uitgang '-os' moet overeenkomen met de meervoudige mannelijke studenten.) Dit is vergelijkbaar met het niet aanpassen van het lidwoord in het Nederlands: 'De studenten zijn voorbereid' (niet: 'De studenten is voorbereid').
acabado
ah-kah-BAH-doh/a.kaˈβa.ðo/

Voorbeelden
La tarea está acabada. ¡Por fin!
Het huiswerk is klaar. Eindelijk!
¿Ya has visto el mural acabado?
Heb je de voltooide muurschildering al gezien?
El libro quedó acabado el martes pasado.
Het boek was afgelopen dinsdag af.
Overeenkomst is Cruciaal
Net als alle Spaanse beschrijvende woorden, moet 'acabado' overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft in zowel geslacht (mannelijk/vrouwelijk) als getal (enkelvoud/meervoud). Vergeet niet 'acabada' te zeggen voor vrouwelijke zelfstandige naamwoorden zoals 'tarea'.
Verwarring tussen Ser en Estar
Fout: “El trabajo es acabado.”
Correctie: El trabajo está acabado.
terminado
/ter-mee-NAH-doh//teɾ.miˈna.ðo/

Voorbeelden
El trabajo ya está terminado.
Het werk is al klaar.
Cuando llegué, la película ya había terminado.
Toen ik aankwam, was de film al voorbij.
Por fin, la casa está terminada.
Eindelijk is het huis voltooid.
Después de trabajar 12 horas, estoy terminado.
Na 12 uur werken ben ik uitgeput.
Zorg dat het overeenkomt
Wanneer 'terminado' wordt gebruikt om iets te beschrijven, moet het overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. Gebruik 'terminada' voor vrouwelijke zaken (la tarea terminada), 'terminados' voor meervoud mannelijke zaken (los trabajos terminados), en 'terminadas' voor meervoud vrouwelijke zaken (las clases terminadas).
Gebruik 'Estar', niet 'Ser'
Om te zeggen dat iets is voltooid, gebruik je bijna altijd het werkwoord 'estar'. Denk aan 'klaar' als een toestand of conditie. Bijvoorbeeld: 'El informe está terminado' (Het rapport is klaar).
Een Toestand van Zijn Beschrijven
Net als wanneer het 'klaar' betekent, gebruikt deze betekenis het werkwoord 'estar' omdat uitgeput zijn een tijdelijke toestand is. 'Estoy terminado' (Ik ben uitgeput).
Het vergeten van de uitgang te veranderen
Fout: “La tarea está terminado.”
Correctie: La tarea está terminada. Omdat 'tarea' een vrouwelijk woord is, moet het beschrijvende woord 'terminado' veranderen in 'terminada' om overeen te komen.
dispuesta
dees-PWEHS-tah/disˈpwes.ta/

Voorbeelden
Mi hermana está dispuesta a conducir toda la noche.
Mijn zus is bereid om de hele nacht door te rijden.
Si estás dispuesta, podemos empezar la reunión ahora.
Als je er klaar voor bent, kunnen we de vergadering nu beginnen.
Ella no estaba dispuesta a escuchar excusas.
Ze was niet bereid om naar excuses te luisteren.
Geslacht- en Getalovereenkomst
Als bijvoeglijk naamwoord moet 'dispuesta' overeenkomen met de persoon of het ding dat het beschrijft. Omdat deze vorm eindigt op '-a', wordt het alleen gebruikt voor vrouwelijke, enkelvoudige onderwerpen (zoals 'ella' of 'de tafel').
Gebruik van 'Estar'
Dit woord wordt bijna altijd gekoppeld aan het werkwoord 'estar' (zijn) omdat het een tijdelijke toestand of conditie beschrijft (klaar of bereid zijn). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'zijn' in plaats van 'blijven' (zoals in 'Ik ben klaar voor de reis').
Verwarring van Geslacht
Fout: “Het gebruik van 'dispuesta' om een mannelijk onderwerp te beschrijven: 'Él está dispuesta a ir.'”
Correctie: Gebruik de mannelijke vorm: 'Él está dispuesto a ir.' (Hij is bereid om te gaan.)
pronto
/PRON-toh//ˈpɾon.to/

Voorbeelden
Estoy pronto para salir.
Ik ben klaar om te vertrekken.
Ella es una mujer pronta y decidida.
Zij is een vlugge en besluitvaardige vrouw.
Dieron una pronta respuesta a nuestra solicitud.
Ze gaven een snel antwoord op ons verzoek.
Een Bijvoeglijk Naamwoord Dat Verandert
Wanneer 'pronto' een bijvoeglijk naamwoord is dat 'klaar' of 'vlug' betekent, beschrijft het een persoon of ding. Dit betekent dat het moet veranderen om aan te sluiten bij waar het bij hoort: 'pronto' (mannelijk), 'pronta' (vrouwelijk), 'prontos' (mannelijk meervoud), 'prontas' (vrouwelijk meervoud). Dit is anders dan in het Nederlands, waar bijvoeglijke naamwoorden (zoals 'klaar') niet vervoegd worden op basis van geslacht.
Het Vergeten van de Uitgang
Fout: “La comida está pronto.”
Correctie: La comida está pronta. Omdat 'comida' een vrouwelijk woord is, moet het bijvoeglijk naamwoord dat het beschrijft ook vrouwelijk zijn.
acabó
/ah-kah-BOH//akaˈβo/

Voorbeelden
La película ya acabó.
De film is al afgelopen.
Ella acabó su tarea a las diez.
Zij maakte haar huiswerk om tien uur af.
El concierto acabó muy tarde.
Het concert eindigde erg laat.
Spreken over een Voltooid Verleden Tijd
'Acabó' wordt gebruikt voor acties die op een specifiek moment in het verleden zijn voltooid. Die kleine klemtoon op de 'ó' is cruciaal—het verplaatst de actie van het heden naar het verleden.
De klemtoon vergeten
Fout: “La película acabo.”
Correctie: La película acabó. Zonder de klemtoon betekent 'acabo' dat 'ik' nu afrond. Het accentteken vertelt ons dat een derde persoon (hij, zij, het) iets in het verleden heeft gedaan.
'Acabó' versus 'Acababa'
Fout: “Het gebruik van 'acabó' voor een aanhoudende situatie in het verleden.”
Correctie: Gebruik 'acabó' voor een enkele, voltooide gebeurtenis ('Het feest eindigde om middernacht'). Gebruik 'acababa' voor dingen die bezig waren te eindigen of vroeger eindigden ('De show was aan het eindigen toen ik aankwam').
Voorbeelden
Estén atentos a la hora de salida del tren.
Wees alert op de vertrektijd van de trein.
puestos
PWEH-stohs/ˈpwes.tos/

Voorbeelden
Los libros están puestos en el estante superior.
De boeken zijn op de bovenste plank geplaatst.
Ellos están puestos a defender su posición.
Zij zijn vastbesloten (of klaar) om hun positie te verdedigen.
Con los sombreros puestos, salieron a la calle.
Met hun hoeden op (dragend), gingen ze de straat op.
Overeenkomst is Cruciaal
Als bijvoeglijk naamwoord (het voltooid deelwoord van 'poner') moet 'puestos' overeenkomen met het woord dat het beschrijft in getal (meervoud) en geslacht (mannelijk). Als je het zou hebben over 'las mesas' (vrouwelijk meervoud), zou je 'puestas' gebruiken.
'Poner' versus 'Estar'
Onthoud dat 'puestos' het resultaat beschrijft van de actie van 'neerzetten'. We gebruiken het met 'estar' (zijn) om de huidige toestand te beschrijven: 'Los vasos están puestos' (De glazen zijn in de geplaatste toestand).
Geslachten Verwarren
Fout: “Los sillas están puestos.”
Correctie: Las sillas están puestas. (Omdat 'sillas' vrouwelijk meervoud is, moet het bijvoeglijk naamwoord ook vrouwelijk meervoud zijn.)
terminado
/ter-mee-NAH-doh//teɾ.miˈna.ðo/

Voorbeelden
Después de trabajar 12 horas, estoy terminado.
Na 12 uur werken ben ik uitgeput.
El trabajo ya está terminado.
Het werk is al klaar.
Cuando llegué, la película ya había terminado.
Toen ik aankwam, was de film al voorbij.
Por fin, la casa está terminada.
Eindelijk is het huis voltooid.
Zorg dat het overeenkomt
Wanneer 'terminado' wordt gebruikt om iets te beschrijven, moet het overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. Gebruik 'terminada' voor vrouwelijke zaken (la tarea terminada), 'terminados' voor meervoud mannelijke zaken (los trabajos terminados), en 'terminadas' voor meervoud vrouwelijke zaken (las clases terminadas).
Gebruik 'Estar', niet 'Ser'
Om te zeggen dat iets is voltooid, gebruik je bijna altijd het werkwoord 'estar'. Denk aan 'klaar' als een toestand of conditie. Bijvoorbeeld: 'El informe está terminado' (Het rapport is klaar).
Een Toestand van Zijn Beschrijven
Net als wanneer het 'klaar' betekent, gebruikt deze betekenis het werkwoord 'estar' omdat uitgeput zijn een tijdelijke toestand is. 'Estoy terminado' (Ik ben uitgeput).
Het vergeten van de uitgang te veranderen
Fout: “La tarea está terminado.”
Correctie: La tarea está terminada. Omdat 'tarea' een vrouwelijk woord is, moet het beschrijvende woord 'terminado' veranderen in 'terminada' om overeen te komen.
Listo vs. Hecho/Acabado/Terminado
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.








