Hoe zeg je "boer" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “boer” is “granjero” — gebruik 'granjero' als je het hebt over de persoon die een boerderij exploiteert en landbouw of veeteelt bedrijft..
granjero
grahn-HEH-roh/ɡɾanˈxeɾo/

Voorbeelden
El granjero se levantó al amanecer para ordeñar las vacas.
De boer stond bij zonsopgang op om de koeien te melken.
Mi tío es granjero y cultiva principalmente trigo y cebada.
Mijn oom is boer en verbouwt voornamelijk tarwe en gerst.
Los granjeros de la región se reunieron para discutir el precio del mercado.
De veeboeren (of boeren) van de regio kwamen bijeen om de marktprijs te bespreken.
Geslachtswisseling
Aangezien 'granjero' eindigt op -o, verwijst het naar een man. Om over een vrouw te praten die hetzelfde werk doet, verandert u simpelweg de uitgang naar -a: 'la granjera'.
Verwarring tussen 'Granjero' en 'Agricultor'
Fout: “Het gebruik van 'agricultor' wanneer u een kleine, algemene boer bedoelt.”
Correctie: 'Granjero' is het gebruikelijke, alledaagse woord voor iemand die een boerderij of ranch runt. 'Agricultor' is formeler en richt zich specifiek op de teelt van gewassen (landbouw).
villano
/bee-YAH-noh//biˈʝano/

Voorbeelden
Los villanos no tenían los mismos derechos que los nobles.
De burgers hadden niet dezelfde rechten als de edelen.
jack
/yak//'ʝak/

Voorbeelden
En el póker, el jack a veces se llama 'jota', pero algunos usan el término en inglés.
In poker wordt de boer soms 'jota' genoemd, maar sommigen gebruiken de Engelse term.
Tengo un par de jacks en la mano.
Ik heb een paar boeren in mijn hand.
Boer vs. Granjero
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


