Hoe zeg je "droom" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “droom” is “sueño” — gebruik 'sueño' als je het hebt over de beelden of verhalen die je beleeft tijdens het slapen..
Dutch → Spaans
sueño
zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'sueño' als je het hebt over de beelden of verhalen die je beleeft tijdens het slapen.
Voorbeelden
Anoche tuve un sueño muy extraño sobre dragones.
Gisteravond had ik een heel vreemde droom over draken.
soñado
adjectiefB1neutraal
Gebruik 'soñado' om iets ideaals of perfects te beschrijven, vaak een 'droombaan' of 'droomhuis'.
Voorbeelden
Ella consiguió el puesto soñado después de años de esfuerzo.
Ze kreeg de droombaan na jaren van inspanning.
visión
zelfstandig naamwoordB2neutraal
Gebruik 'visión' als je spreekt over een toekomstbeeld, een ambitieus plan of een heldere geestestoestand.
Voorbeelden
El fundador estableció una visión ambiciosa para la compañía.
De oprichter stelde een ambitieuze visie voor het bedrijf vast.
Let op het verschil tussen dromen (slapen) en dromen (ambitie)
De meest gemaakte fout is het gebruiken van 'sueño' wanneer je een ideale situatie of bezit bedoelt. Gebruik in dat geval 'soñado' als bijvoeglijk naamwoord. 'Sueño' is echt alleen voor de dromen tijdens het slapen.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.