Hoe zeg je "echtgenote" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “echtgenote” is “esposa” — dit is de meest directe en algemene vertaling voor 'echtgenote' en wordt gebruikt om naar de gehuwde vrouw van iemand te verwijzen..
esposa
/es-PO-sa//esˈposa/

Voorbeelden
Mi esposa es abogada.
Mijn echtgenote is advocaat.
Fui de vacaciones con mi esposa y mis hijos.
Ik ging op vakantie met mijn echtgenote en mijn kinderen.
El señor López y su esposa son muy amables.
Meneer Lopez en zijn echtgenote zijn erg aardig.
Een woord met een partner
'Esposa' is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, dus je gebruikt het met vrouwelijke woorden zoals 'la' of 'una'. Het partnerwoord is 'esposo' (echtgenoot), wat mannelijk is.
'Esposa' versus 'Mujer'
Fout: “Soms gebruiken leerders 'mujer' (vrouw) als ze specifiek 'echtgenote' bedoelen.”
Correctie: Hoewel je informeel 'mi mujer' kunt zeggen voor 'mijn echtgenote', is 'mi esposa' duidelijker en werkt het in elke situatie, van informeel tot formeel.
mujer
/moo-HER//muˈxeɾ/

Voorbeelden
Mi mujer es de Argentina.
Mijn vrouw komt uit Argentinië.
Voy a ir al cine con mi mujer esta noche.
Ik ga vanavond met mijn vrouw naar de bioscoop.
¿Cómo se llama tu mujer?
Hoe heet uw vrouw?
Bezittelijke Woorden
Deze betekenis wordt bijna altijd gebruikt met een woord dat bezit aangeeft, zoals 'mi' (mijn), 'tu' (jouw), of 'su' (zijn/haar). Bijvoorbeeld: 'mi mujer' (mijn vrouw). Dit is vergelijkbaar met het gebruik van 'mijn' in het Nederlands.
Verwarring met 'Vriendin'
Fout: “Te presento a mi mujer, llevamos dos meses saliendo.”
Correctie: Te presento a mi novia, llevamos dos meses saliendo. 'Mujer' impliceert een zeer serieuze, langdurige relatie, meestal een huwelijk. Voor een vriendin moet je 'novia' gebruiken. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'vrouw' en 'echtgenote' duidelijker zijn dan 'vriendin' (die zowel een partner als een vrouwelijke kennis kan zijn).
señora
Voorbeelden
Voy a la fiesta con mi señora.
Ik ga met mijn vrouw naar het feest.
casada
/kah-SAH-dah//kaˈsaða/

Voorbeelden
La casada y su esposo compraron una casa nueva.
De getrouwde vrouw en haar man kochten een nieuw huis.
Ella es la casada que mencionaste.
Zij is de echtgenote/getrouwde vrouw die u noemde.
De Zelfstandig Naamwoord Vorm
Wanneer 'casada' als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, verwijst het direct naar de persoon. Het heeft meestal een lidwoord (zoals 'la') ervoor nodig.
Esposa vs. Mujer
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


