Hoe zeg je "getal" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “getal” is “número” — gebruik 'número' wanneer je spreekt over een hoeveelheid, een wiskundig cijfer, een telefoonnummer, een huisnummer, of een volgnummer.
número
NOO-meh-rohˈnu.me.ɾo

Voorbeelden
Mi número de teléfono es fácil de recordar.
Mijn telefoonnummer is makkelijk te onthouden.
Escribe el número tres en la pizarra.
Schrijf het getal drie op het bord.
Necesito un número par para mi billete de lotería.
Ik heb een even getal nodig voor mijn loterijticket.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
In het Spaans zijn alle woorden voor getallen mannelijk, dus je gebruikt altijd 'el número' of 'un número'. Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'het getal' zeggen, maar Spaans gebruikt hier consequent mannelijk lidwoord.
Het Cruciale Accentteken
Fout: “Het gebruik van 'numero' als je 'getal' bedoelt.”
Correctie: Het juiste zelfstandig naamwoord is *número* (met een accent op de 'u'). Zonder accent betekent 'numero' 'ik nummer' (een werkwoordsvorm).
cifra
SEE-frahˈθifɾa

Voorbeelden
El código de seguridad tiene cuatro cifras.
De beveiligingscode heeft vier cijfers.
Escribe la cifra claramente en el papel.
Schrijf het cijfer duidelijk op het papier.
No puedo leer la última cifra de tu teléfono.
Ik kan het laatste cijfer van je telefoonnummer niet lezen.
Cifra vs. Número
Gebruik 'cifra' als je het hebt over de individuele tekens (zoals de '7' in 75). Gebruik 'número' voor de totale hoeveelheid.
Niet verwarren met 'figuur' (persoon)
Fout: “La cifra de la mujer es bonita.”
Correctie: La figura de la mujer es bonita. 'Cifra' is alleen voor getallen, nooit voor vormen of lichamen.
Numero vs. Cifra
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

