Hoe zeg je "cijfer" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “cijfer” is “nota” — gebruik 'nota' als je het hebt over een academische beoordeling of een schoolrapportcijfer..
nota
NOH-tah/ˈno.ta/

Voorbeelden
Mi hermana sacó la nota más alta de la clase.
Mijn zus haalde het hoogste cijfer van de klas.
¿Qué nota necesitas para aprobar el curso?
Welk cijfer heb je nodig om de cursus te halen?
Gebruik van 'Sacar'
Om te praten over het behalen van een cijfer, gebruikt het Spaans vaak het werkwoord 'sacar' (letterlijk: 'eruit halen'), wat functioneel vertaald kan worden als 'halen' of 'krijgen' van een score.
numero
/NOO-meh-roh//ˈnu.me.ɾo/

Voorbeelden
Mi número de teléfono es fácil de recordar.
Mijn telefoonnummer is makkelijk te onthouden.
Escribe el número tres en la pizarra.
Schrijf het getal drie op het bord.
Necesito un número par para mi billete de lotería.
Ik heb een even getal nodig voor mijn loterijticket.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
In het Spaans zijn alle woorden voor getallen mannelijk, dus je gebruikt altijd 'el número' of 'un número'. Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'het getal' zeggen, maar Spaans gebruikt hier consequent mannelijk lidwoord.
Het Cruciale Accentteken
Fout: “Het gebruik van 'numero' als je 'getal' bedoelt.”
Correctie: Het juiste zelfstandig naamwoord is *número* (met een accent op de 'u'). Zonder accent betekent 'numero' 'ik nummer' (een werkwoordsvorm).
punto
/poon-toh//ˈpun.to/

Voorbeelden
Nuestro equipo ganó por cinco puntos.
Ons team won met vijf punten.
Necesitas 80 puntos para aprobar el examen.
Je hebt 80 punten nodig om te slagen voor het examen.
Verwarring tussen 'nota' en 'número'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


