Hoe zeg je "maakte" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “maakte” is “hizo” — gebruik 'hizo' om aan te geven dat iets is gecreëerd, gemaakt, of om een direct resultaat of gevoel te beschrijven dat door iets of iemand werd veroorzaakt..
hizo
/ee-so//ˈiso/

Voorbeelden
Mi hermano hizo la cena anoche.
Mijn broer maakte het avondeten gisteravond.
¿Quién hizo todo este ruido?
Wie maakte al dat lawaai?
La empresa hizo un gran esfuerzo para terminar el proyecto.
Het bedrijf leverde een grote inspanning om het project af te ronden.
La película me hizo llorar.
De film deed me huilen.
De werkwoorden 'Doen' en 'Maken'
In het Spaans dekt één werkwoord, 'hacer', zowel 'to do' (doen) als 'to make' (maken). 'Hizo' is hoe je zegt 'hij/zij/het deed' of 'hij/zij/het maakte' voor een voltooide actie in het verleden.
Spelling: 'z' versus 'c'
Fout: “Él hico la tarea.”
Correctie: Él **hizo** la tarea. Om de zachte 's'-klank te behouden, verandert de letter 'c' in deze specifieke vorm in een 'z'. Het is een spellingverandering die je gewoon moet onthouden.
Voorbeelden
La noticia lo dejó muy preocupado.
Het nieuws maakte hem erg bezorgd.
cometió
Voorbeelden
Cuando era joven, cometió muchos errores de juicio.
Toen hij jong was, maakte hij veel beoordelingsfouten.
Het verschil tussen 'hizo' en 'dejó'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
