Hoe zeg je "woning" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “woning” is “vivienda” — gebruik 'vivienda' in algemene zin voor een huis, appartement of enig ander type onderkomen, vooral wanneer het over de markt of huisvesting gaat.
vivienda
bee-bee-EN-dahbiˈβjenda

Voorbeelden
El precio de la vivienda ha subido mucho este año.
De prijs van huisvesting is dit jaar flink gestegen.
Todos tienen derecho a una vivienda digna.
Iedereen heeft recht op fatsoenlijke huisvesting.
Es una zona con muchas viviendas unifamiliares.
Het is een wijk met veel vrijstaande huizen.
Vivienda vs. Casa
Terwijl 'casa' het woord is dat je gebruikt om over je persoonlijke huis of een fysiek gebouw te praten, is 'vivienda' een bredere, formelere term die wordt gebruikt om te praten over het concept van huisvesting of een wooneenheid in officiële contexten. Vergelijkbaar met het verschil tussen 'huis' en 'huisvesting' in het Nederlands.
Altijd Vrouwelijk
Dit woord wordt altijd gebruikt met 'la' (la vivienda) of 'una' (una vivienda), zelfs als er alleen een man woont.
Vrienden uitnodigen
Fout: “Ven a mi vivienda mañana.”
Correctie: Ven a mi casa mañana. 'Vivienda' klinkt veel te formeel voor een sociale uitnodiging; het is alsof je zegt 'Kom naar mijn woonunit'.
residencia
reh-see-DEN-see-ahresiˈðenθja

Voorbeelden
Su residencia principal está en la capital.
Hun hoofdresidentie is in de hoofdstad.
Necesitamos la dirección de su residencia para enviarle el paquete.
We hebben het adres van uw residentie nodig om u het pakket te sturen.
El presidente se mudó a su residencia oficial.
De president verhuisde naar zijn officiële residentie.
Altijd Vrouwelijk
Onthoud dat 'residencia' altijd een vrouwelijk woord is, dus u moet vrouwelijke lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden gebruiken (bijv. 'la residencia', 'una residencia grande'). Dit is vergelijkbaar met hoe het in het Nederlands vaak 'de woning' is, maar in het Spaans is het geslacht vast.
Verwarring met 'Hogar'
Fout: “Het gebruiken van 'residencia' wanneer u verwijst naar een emotioneel gevoel van thuis zijn.”
Correctie: Gebruik 'hogar' (thuisgevoel) wanneer u spreekt over het gevoel van comfort en verbondenheid, en 'residencia' voor de fysieke locatie of het officiële adres. In het Nederlands gebruiken we 'thuis' voor het gevoel en 'huis' of 'woning' voor de locatie.
morada
mo-rah-dahmoˈɾaða

Voorbeelden
El bosque es la morada de muchas criaturas místicas.
Het bos is de woning van veel mystieke wezens.
Establecieron su morada en un valle remoto.
Ze vestigden hun verblijf in een afgelegen vallei.
Visitamos el cementerio donde descansa en su última morada.
We bezochten het kerkhof waar hij rust in zijn laatste woning.
Een formeel zelfstandig naamwoord
Hoewel het lijkt op de kleur 'paars', gedraagt het zich als zelfstandig naamwoord net als 'casa' of 'mesa'. Het is altijd vrouwelijk.
Gebruik voor 'huis' in alledaagse taal
Fout: “Voy a mi morada a dormir.”
Correctie: Voy a mi casa a dormir. Het gebruik van 'morada' in dagelijkse gesprekken klinkt alsof je een personage in een fantasyroman of een middeleeuwse ridder bent.
mansión
Voorbeelden
La mansión eterna es el cielo, según la tradición.
De eeuwige woning is de hemel, volgens de traditie.
Vivienda vs. Residencia
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


