Inklingo

caza

KAH-sahˈkaθa

jacht, de jachtpartij

Ook: wild, prooi
Een persoon in camouflagekleding, knielend in een weelderig groen bos, wijzend naar duidelijke dierensporen op het onverharde pad, wat de activiteit van jagen illustreert.

📝 In Actie

La caza de ballenas está prohibida internacionalmente.

B1

De jacht op walvissen is internationaal verboden.

Se levantaron al amanecer para ir de caza.

A2

Ze stonden bij zonsopgang op om op jacht te gaan.

La caza menor es parte de la dieta del zorro.

B2

Klein wild (kleine bejaagde dieren) maakt deel uit van het dieet van de vos.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • cacería (jachtpartij, jachtreis)
  • captura (vangst)

Veelvoorkomende Collocaties

  • temporada de cazajachtseizoen
  • caza mayorgroot wild jacht

straaljager, gevechtsvliegtuig

Een gestroomlijnd, grijs militair straaljager dat snel door een helderblauwe lucht scheert en een wit condensspoor achterlaat.

📝 In Actie

El escuadrón de caza patrullaba el cielo.

B2

Het jachteskader patrouilleerde de lucht.

Este país necesita renovar su flota de cazas.

C1

Dit land moet zijn vloot van straaljagers vernieuwen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • avión (vliegtuig)
  • cazabombardero (jachtbommenwerper)

hij/zij jaagt, u jaagt

Ook: hij/zij vangt
WerkwoordA2regular (with spelling change) ar
Een eenzame figuur die bewegingloos in een veld met hoog goudkleurig gras staat, met een eenvoudige jachtboog, klaar en alert.
infinitivecazar
gerundcazando
past Participlecazado

📝 In Actie

El gato caza un ratón cada mañana.

A2

De kat jaagt elke ochtend op een muis.

¿Usted caza en el bosque?

A2

Jaagt u (formeel) in het bos?

¡Caza esa idea antes de que se te escape!

B1

Vang dat idee voordat het aan je ontsnapt! (Informeel bevel)

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • cazar un resfriadoeen verkoudheid oplopen (minder gebruikelijk, maar wordt gebruikt)

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedcaza
yocazo
cazas
ellos/ellas/ustedescazan
nosotroscazamos
vosotroscazáis

imperfect

él/ella/ustedcazaba
yocazaba
cazabas
ellos/ellas/ustedescazaban
nosotroscazábamos
vosotroscazabais

preterite

él/ella/ustedcazó
yocacél
cazaste
ellos/ellas/ustedescazaron
nosotroscazamos
vosotroscazasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedcace
yocace
caces
ellos/ellas/ustedescacen
nosotroscacemos
vosotroscacéis

imperfect

él/ella/ustedcazara/cazase
yocazara/cazase
cazaras/cazases
ellos/ellas/ustedescazaran/cazasen
nosotroscazáramos/cazásemos
vosotroscazarais/cazaseis

Vertaal naar het Spaans

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: caza

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'caza' als de daad van de jacht?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Het woord komt van het oudere Spaanse werkwoord 'cazar', dat zelf vermoedelijk afstamt van het Vulgair Latijnse woord *captiare*, wat 'proberen te vangen' of 'achtervolgen' betekent.

Eerste vermelding: Medieval Spanish (approx. 13th century)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: caçaFrench: chasse

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'caza' (zelfstandig naamwoord) en 'cazar' (werkwoord)?

'Caza' (zelfstandig naamwoord, vrouwelijk) betekent de activiteit zelf ('jacht') of de dieren die bejaagd worden ('wild'). 'Cazar' is het basiswerkwoord dat 'jagen' of 'vangen' betekent. Het woord 'caza' is ook de 'hij/zij/het'-vorm van het werkwoord 'cazar' in de tegenwoordige tijd.