Inklingo

cursar

koor-SAHR/kuɾˈsaɾ/

volgen, doen

Ook: zich bevinden in
WerkwoordB1regular ar
Een student in een klaslokaal die aan een bureau zit met een open boek en een potlood, gefocust op zijn werk.
gerundcursando
past Participlecursado
infinitivecursar

📝 In Actie

Ella está cursando el tercer año de medicina.

B1

Ze zit in haar derde jaar geneeskunde.

Decidí cursar esta asignatura el próximo semestre.

B1

Ik besloot dit vak komend semester te volgen.

Para ser abogado, debes cursar el grado de Derecho.

B2

Om advocaat te worden, moet je een rechtenstudie volgen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • estudiar (studeren)
  • matricularse (zich inschrijven)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • cursar estudiosstuderen
  • cursar el bachilleratode middelbare school doen

verwerken, verzenden

Ook: uitvaardigen
WerkwoordB2regular arformal
Een hand die een formeel document in een houten brievenbakje op een schoon bureau legt.

📝 In Actie

La secretaría ya cursó su solicitud de beca.

B2

Het kantoor heeft uw aanvraag voor de beurs al verwerkt.

Debemos cursar una invitación formal al director.

C1

We moeten de directeur een formele uitnodiging verzenden.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • tramitar (verwerken)
  • gestionar (beheren/afhandelen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • cursar una solicitudeen aanvraag verwerken
  • cursar un pedidoeen bestelling verwerken

zich manifesteren met

Ook: ontwikkelen
WerkwoordC1regular arformal
Een persoon die in bed rust met een thermometer in de mond en een koud kompres op het voorhoofd.

📝 In Actie

La gripe suele cursar con fiebre y dolor muscular.

C1

De griep gaat meestal gepaard met koorts en spierpijn.

Woordverbindingen

Veelvoorkomende Collocaties

  • cursar con síntomassymptomen vertonen

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedescursaran
yocursara
cursaras
vosotroscursarais
nosotroscursáramos
él/ella/ustedcursara

present

ellos/ellas/ustedescursen
yocurse
curses
vosotroscurséis
nosotroscursemos
él/ella/ustedcurse

indicative

preterite

ellos/ellas/ustedescursaron
yocursé
cursaste
vosotroscursasteis
nosotroscursamos
él/ella/ustedcursó

imperfect

ellos/ellas/ustedescursaban
yocursaba
cursabas
vosotroscursabais
nosotroscursábamos
él/ella/ustedcursaba

present

ellos/ellas/ustedescursan
yocurso
cursas
vosotroscursáis
nosotroscursamos
él/ella/ustedcursa

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "cursar" in het Spaans:

doenontwikkelenuitvaardigenverwerkenverzendenvolgen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: cursar

Vraag 1 van 3

Als je in je tweede jaar van de universiteit zit, hoe zeg je dat dan met 'cursar'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
curso(cursus/studiejaar)Zelfstandig naamwoord
cursillo(korte workshop/cursus)Zelfstandig naamwoord
cursante(student/iemand die een cursus volgt)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Van het Latijnse woord 'cursare', een herhalende vorm van 'currere' (rennen). Het betekent letterlijk 'een pad afleggen' of 'een koers volgen'.

Eerste vermelding: 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

English: courseFrench: courser

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'cursar' hetzelfde als 'estudiar'?

Niet helemaal. 'Estudiar' is de algemene handeling van leren of voorbereiden. 'Cursar' is formeler en verwijst naar de officiële handeling van het volgen van een les of ingeschreven zijn in een specifiek jaar van een opleiding. In het Nederlands is 'studeren' vaak dekkend, maar 'volgen' kan specifieker zijn voor een cursus of studiejaar.

Kan ik 'cursar' gebruiken voor een korte workshop van 1 dag?

Het wordt meestal gebruikt voor langere periodes zoals een semester, een jaar of een volledige opleiding. Voor een workshop van 1 dag zijn 'hacer' of 'asistir a' gebruikelijker.

Hoe vervoeg ik het in de verleden tijd?

Het is volledig regelmatig! Volg gewoon de standaard vervoegingspatronen voor -ar werkwoorden: yo cursé, tú cursaste, él cursó.