Hoe zeg je "verzenden" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “verzenden” is “enviar” — gebruik dit voor het algemene verzenden van objecten, berichten of zelfs personen, wanneer er geen specifieke formaliteit of context is.
enviar
en-byaremˈbjaɾ

Voorbeelden
Necesito enviar este informe antes de las cinco de la tarde.
Ik moet dit rapport voor vijf uur 's middags verzenden.
¿Me puedes enviar la ubicación por WhatsApp?
Kun je me de locatie via WhatsApp sturen?
El presidente envió un mensaje de paz a la nación.
De president zond een vredesboodschap naar de natie.
Onregelmatige klemtoonverschuiving
Dit werkwoord is speciaal omdat in de tegenwoordige tijd (behalve bij 'nosotros' en 'vosotros') de klemtoon verschuift naar de 'i' (envío, envías), wat een accentteken vereist. Hierdoor klinkt het als drie lettergrepen in plaats van twee. Dit is anders dan in het Nederlands, waar de klemtoon vaak stabieler is.
Gebruik van Voornaamwoordelijke Hulpstukken
Wanneer je iets naar iemand stuurt, gebruik je een indirect objectvoornaamwoord (me, te, le, nos, os, les) direct vóór het werkwoord: 'Le envío el libro' (Ik stuur het boek naar hem/haar). Dit komt overeen met de constructie 'Ik stuur het boek hém/háár' in het Nederlands.
mandar
mahn-DAHRmanˈdaɾ

Voorbeelden
Te voy a mandar un correo electrónico con los detalles.
Ik ga je een e-mail sturen met de details.
¿Puedes mandar este paquete por correo urgente?
Kun je dit pakket per spoedpost versturen?
Nos mandaron a casa temprano porque llovía.
Ze stuurden ons vroeg naar huis omdat het regende.
Directe/Indirecte Objecten
Wanneer je iets (direct object) naar iemand (indirect object) stuurt, werkt 'mandar' net als 'geven': 'Le mandé el libro' (Ik stuurde hem/haar het boek). Let op de indirecte objectvoornaamwoorden zoals in het Nederlands ook gebeurt.
Gebruik van 'Enviar' versus 'Mandar'
Fout: “Alleen 'mandar' gebruiken wanneer 'enviar' formeler of technischer klinkt (zoals bij het verzenden van een signaal of een officieel document).”
Correctie: Beide zijn uitwisselbaar voor e-mails of pakketten, maar 'enviar' heeft soms de voorkeur voor puur elektronisch/technisch verzenden.
enviando
en-vee-AHN-dohemˈbjan.do

Voorbeelden
Ella está enviando un paquete a su abuela.
Zij is een pakket naar haar grootmoeder aan het sturen.
Estuvimos enviando mensajes toda la noche.
We waren de hele nacht berichten aan het versturen.
El banco está enviando un comunicado importante a todos los clientes.
De bank is een belangrijk afschrift aan alle klanten aan het verzenden.
De '-ando' Vorm
Dit woord, 'enviando', is het gerundium. Het eindigt altijd op '-ando' voor werkwoorden die in hun basisvorm op '-ar' eindigen (zoals 'enviar'). Dit komt overeen met de Nederlandse '-end' vorm, maar wordt in het Spaans veel vaker gebruikt in combinatie met 'estar'.
Continue Actie
Je gebruikt 'enviando' in combinatie met een vorm van het werkwoord 'estar' (zoals 'estoy,' 'estás,' 'está') om te praten over een actie die momenteel bezig is: 'Estoy enviando un email' (Ik ben een e-mail aan het versturen).
Gebruik van 'Ser' in plaats van 'Estar'
Fout: “Soy enviando.”
Correctie: Estoy enviando. Onthoud dat 'estar' altijd gebruikt wordt om de progressieve tijden te vormen (de 'is aan het doen'-acties), niet 'ser'. Dit is een veelvoorkomende valkuil voor Nederlandstaligen die de progressieve vorm van het Nederlands ('ben aan het...') vertalen.
despachar
des-pah-CHARdespaˈt͡ʃaɾ

Voorbeelden
La dependienta está despachando al último cliente.
De winkelbediende bedient de laatste klant.
Necesitamos despachar estos paquetes antes de las cinco.
We moeten deze pakketten voor vijf uur verzenden.
En esta farmacia despachan medicamentos con receta.
In deze apotheek verkopen/dispenseren ze medicijnen op recept.
Wanneer gebruik je 'Despachar' vs. 'Atender'?
Gebruik 'despachar' specifiek wanneer iemand een verzoek inwilligt of iets over een toonbank verkoopt. Gebruik 'atender' voor algemene klantenservice of hulp.
Niet verwarren met 'kantoor'
Fout: “Voy al despachar.”
Correctie: Voy al despacho. ('Despacho' is het zelfstandig naamwoord voor kantoor; 'despachar' is de handeling van werken of bedienen.)
envíe
Voorbeelden
Por favor, envíe el documento antes del mediodía.
Alstublieft, stuur het document voor het middaguur op. (Formeel bevel)
cursar
koor-SAHRkuɾˈsaɾ

Voorbeelden
La secretaría ya cursó su solicitud de beca.
Het kantoor heeft uw aanvraag voor de beurs al verwerkt.
Debemos cursar una invitación formal al director.
We moeten de directeur een formele uitnodiging verzenden.
Het 'Papierwerk'-werkwoord
In een formele setting beschrijft 'cursar' de beweging van een document, van ontvangst tot het worden afgehandeld of doorgestuurd naar de volgende fase. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'afhandelen' of 'in behandeling nemen'.
remitir
rreh-mee-teerremiˈtiɾ

Voorbeelden
Le remito el contrato firmado por correo certificado.
Ik stuur u het ondertekende contract per aangetekende post.
Por favor, remita la documentación a la oficina central.
Gelieve de documentatie door te sturen naar het hoofdkantoor.
Deben remitir el pago antes del viernes.
Zij moeten de betaling vóór vrijdag overmaken.
Een formeler 'verzenden'
Hoewel 'enviar' het algemene woord is voor het verzenden van alles, wordt 'remitir' specifiek gebruikt als je professioneel of officieel wilt klinken. In het Nederlands gebruiken we vaak 'verzenden' of 'sturen' voor zowel formele als informele situaties, maar 'remitteren' is een goed alternatief voor officiële communicatie.
Niet te veel gebruiken in casual spraak
Fout: “Remití un mensaje a mi mamá.”
Correctie: Envié un mensaje a mi mamá. 'Remitir' klinkt te stijf voor een sms'je naar je familie. Vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands ook niet 'ik remitteer u een bericht' zouden zeggen.
Informeel vs. Formeel 'Verzenden'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.





