espera
es-PEH-rah
/esˈpeɾa/
Deze persoon is in 'la espera' – de handeling van wachten op iets, zoals een trein. Als zelfstandig naamwoord is 'la espera' de tijdsperiode die je besteedt aan wachten.
espera(Zelfstandig naamwoord)
het wachten
?Algemene periode van wachten
de wachttijd
?A defined duration of waiting
,de hoop
?More poetic or literary
,de verwachting
?Anticipating something
📝 In Actie
La espera en el consultorio del doctor fue de una hora.
A2Het wachten bij de dokterspraktijk duurde een uur.
Odio la espera, soy muy impaciente.
B1Ik haat wachten, ik ben erg ongeduldig.
Estamos en espera de los resultados.
B1Wij wachten op de resultaten.
💡 Grammaticapunten
Altijd Vrouwelijk
Onthoud dat 'espera' als zelfstandig naamwoord altijd vrouwelijk is, dus je gebruikt 'la' of 'una' ervoor. Bijvoorbeeld: 'la espera' (het wachten) of 'una larga espera' (een lang wachten).
⭐ Gebruikstips
Het Wachten Beschrijven
Het is heel gebruikelijk om 'la espera' te beschrijven met bijvoeglijke naamwoorden zoals 'larga' (lang) of 'corta' (kort). Bijvoorbeeld: 'Fue una corta espera' (Het was een kort wachten).

Deze vrouw 'espera' goed nieuws. Dit is een vorm van het werkwoord 'esperar' en kan 'hij/zij wacht', 'hij/zij hoopt' of 'u wacht' betekenen.
espera(Werkwoord)
hij/zij wacht
?bv. op de bus
,u wacht
?Formeel 'usted'
hij/zij hoopt
?e.g., for a good outcome
,hij/zij verwacht
?e.g., a package
📝 In Actie
Mi hermano espera el tren en la estación.
A1Mijn broer wacht op de trein op het station.
Ella espera que todo salga bien.
A2Zij hoopt dat alles goed komt.
¿Usted espera a alguien?
A2Wacht u (formeel) op iemand?
💡 Grammaticapunten
Wachten vs. Hopen
Het werkwoord 'esperar' betekent zowel 'wachten' als 'hopen'. Je kunt het verschil meestal afleiden uit de rest van de zin. Als je op iets of iemand wacht, gebruik je 'esperar a'. Als je hoopt dat iets gebeurt, gebruik je 'esperar que'.
Gebruik van 'esperar que'
Wanneer je zegt dat je hoopt dat er iets anders gebeurt, heeft het volgende werkwoord vaak een speciale uitgang (dit heet de conjunctief/subjunctief). Bijvoorbeeld: 'Ella espera que tú vengas' (Zij hoopt dat jij komt).

Dit gebaar betekent '¡Espera!'. Je gebruikt dit bevel om een vriend te vragen even te wachten.
espera(Verb (Command))
wacht!
?Informeel bevel aan één persoon
hoor even!
?Informal, like on the phone
📝 In Actie
¡Espera! Se te cayeron las llaves.
A1Wacht! Je liet je sleutels vallen.
Espera un segundo, ya casi termino.
A1Wacht een seconde, ik ben bijna klaar.
Espera, no tan rápido.
A2Ho, rustig aan.
💡 Grammaticapunten
Informeel 'Jij' (tú)
Deze bevelsvorm, 'espera', wordt gebruikt als je tegen één persoon praat die je goed kent, zoals een vriend of familielid (iemand die je met 'tú' aanspreekt).
❌ Veelgemaakte Fouten
Formeel versus Informeel
Fout: “Het gebruiken van '¡Espera!' tegen een vreemde of je baas.”
Correctie: Tegen iemand die je beleefder moet aanspreken (iemand die je met 'usted' aanspreekt), gebruik je '¡Espere!'. De uitgang verandert van '-a' naar '-e'.
⭐ Gebruikstips
Het Bevel Verzachten
Om beleefder te klinken, kun je 'un momento' of 'por favor' toevoegen. Bijvoorbeeld: 'Espera un momento, por favor' (Wacht een moment, alstublieft).
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: espera
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'espera' als zelfstandig naamwoord met de betekenis 'het wachten'?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Hoe weet ik of 'esperar' 'wachten' of 'hopen' betekent?
Het hangt af van wat er in de zin volgt! Als je *op* een persoon of ding wacht, betekent het 'wachten' (bv. 'Espero el autobús' - Ik wacht op de bus). Als je praat over iets wat je graag zou willen dat gebeurt, vaak gevolgd door 'que', betekent het 'hopen' (bv. 'Espero que estés bien' - Ik hoop dat het goed met je gaat).
Wat is het verschil tussen de bevelen 'espera' en 'espere'?
Het gaat om beleefdheid en tegen wie je praat. Gebruik '¡Espera!' tegen een vriend, kind of familielid (de informele 'tú'). Gebruik '¡Espere!' tegen een vreemde, een oudere persoon of in een professionele setting (de formele 'usted').