nacer
“nacer” betekent “geboren worden” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
geboren worden
Ook: ter wereld komen
📝 In Actie
Mi hermana nació en 1995.
A1Mijn zus is geboren in 1995.
¿Dónde naciste tú?
A1Waar ben jij geboren?
Ella está a punto de nacer.
A2Ze staat op het punt geboren te worden.
geboren worden, ontstaan
Ook: beginnen
📝 In Actie
La idea de la aplicación nació en una cafetería.
B1Het idee voor de app is ontstaan in een koffietentje.
Una nueva esperanza nació después de la victoria.
B2Een nieuwe hoop ontstond na de overwinning.
ontspringen
Ook: voortkomen
📝 In Actie
El río Amazonas nace en los Andes peruanos.
B2De Amazone ontspringt in de Peruaanse Andes.
Esta tradición nació de una antigua leyenda.
C1Deze traditie is voortgekomen uit een oude legende.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "nacer" in het Spaans:
beginnen→geboren worden→ontspringen→ontstaan→voortkomen→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: nacer
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'nacer' in zijn meest letterlijke zin?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord *nāscī*, wat 'geboren worden' of 'ontstaan' betekent. Het is verwant aan het woord 'natuur', aangezien geboorte het natuurlijke begin van dingen is.
Eerste vermelding: 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Betekent 'nacer' 'geboren worden' of 'ter wereld brengen'?
'Nacer' betekent strikt 'geboren worden'. Het beschrijft het begin van het leven van het onderwerp. Om 'ter wereld brengen' te zeggen, gebruik je het werkwoord 'dar a luz' (letterlijk: 'licht geven').
Waarom gebruikt 'nacer' de preteritumtijd (nací) bij het spreken over geboortedata?
Geboorte wordt gezien als een enkele, voltooide actie in het verleden met een duidelijke datum, dus het Spaans gebruikt de preteritumtijd (nací, naciste) in plaats van de onvoltooid verleden tijd (imperfectum).


