Inklingo

nacer

nah-SEHRnaˈθeɾ

geboren worden

Ook: ter wereld komen
WerkwoordA1irregular (in 'yo' form only) er
Een close-up illustratie van een in doeken gewikkelde pasgeboren baby die vredig slaapt.
infinitivenacer
gerundnaciendo
past Participlenacido

📝 In Actie

Mi hermana nació en 1995.

A1

Mijn zus is geboren in 1995.

¿Dónde naciste tú?

A1

Waar ben jij geboren?

Ella está a punto de nacer.

A2

Ze staat op het punt geboren te worden.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • venir al mundo (ter wereld komen)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • nacer muertodood geboren worden

geboren worden, ontstaan

Ook: beginnen
WerkwoordB1irregular (in 'yo' form only) er
Een kleurrijke illustratie die een heldere, gloeiende gloeilamp toont die plotseling boven iemands hoofd verschijnt, wat een nieuw idee symboliseert.
infinitivenacer
gerundnaciendo
past Participlenacido

📝 In Actie

La idea de la aplicación nació en una cafetería.

B1

Het idee voor de app is ontstaan in een koffietentje.

Una nueva esperanza nació después de la victoria.

B2

Een nieuwe hoop ontstond na de overwinning.

Woordverbindingen

Synoniemen

ontspringen

Ook: voortkomen
WerkwoordC1irregular (in 'yo' form only) erformal
Een illustratie die een heldere stroom water toont die uit de grond tussen rotsen komt, wat de bron van een rivier voorstelt.
infinitivenacer
gerundnaciendo
past Participlenacido

📝 In Actie

El río Amazonas nace en los Andes peruanos.

B2

De Amazone ontspringt in de Peruaanse Andes.

Esta tradición nació de una antigua leyenda.

C1

Deze traditie is voortgekomen uit een oude legende.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • provenir (afkomstig zijn van)
  • manar (stromen/ontspringen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • donde nace el solwaar de zon opkomt (letterlijk: geboren wordt)

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustednace
yonazco
naces
ellos/ellas/ustedesnacen
nosotrosnacemos
vosotrosnacéis

imperfect

él/ella/ustednacía
yonacía
nacías
ellos/ellas/ustedesnacían
nosotrosnacíamos
vosotrosnacíais

preterite

él/ella/ustednació
yonací
naciste
ellos/ellas/ustedesnacieron
nosotrosnacimos
vosotrosnacisteis

subjunctive

present

él/ella/ustednazca
yonazca
nazcas
ellos/ellas/ustedesnazcan
nosotrosnazcamos
vosotrosnazcáis

imperfect

él/ella/ustednaciera
yonaciera
nacieras
ellos/ellas/ustedesnacieran
nosotrosnaciéramos
vosotrosnacierais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "nacer" in het Spaans:

beginnengeboren wordenontspringenontstaanvoortkomen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: nacer

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'nacer' in zijn meest letterlijke zin?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *nāscī*, wat 'geboren worden' of 'ontstaan' betekent. Het is verwant aan het woord 'natuur', aangezien geboorte het natuurlijke begin van dingen is.

Eerste vermelding: 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: nascerFrench: naître

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Betekent 'nacer' 'geboren worden' of 'ter wereld brengen'?

'Nacer' betekent strikt 'geboren worden'. Het beschrijft het begin van het leven van het onderwerp. Om 'ter wereld brengen' te zeggen, gebruik je het werkwoord 'dar a luz' (letterlijk: 'licht geven').

Waarom gebruikt 'nacer' de preteritumtijd (nací) bij het spreken over geboortedata?

Geboorte wordt gezien als een enkele, voltooide actie in het verleden met een duidelijke datum, dus het Spaans gebruikt de preteritumtijd (nací, naciste) in plaats van de onvoltooid verleden tijd (imperfectum).