ruptura
“ruptura” betekent “relatiebreuk” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
relatiebreuk, splitsing
Ook: breuk, schending
📝 In Actie
Su ruptura después de cinco años fue muy dolorosa.
B1Hun relatiebreuk na vijf jaar was erg pijnlijk.
La ruptura de las negociaciones sorprendió a todos los países.
B2De breuk in de onderhandelingen verraste alle landen.
breuk, fractuur
Ook: scheur, barst
📝 In Actie
El doctor confirmó la ruptura del hueso.
B1De dokter bevestigde de fractuur van het bot.
Tuvimos que reparar la ruptura en la tubería de agua.
A2We moesten de breuk in de waterleiding repareren.
breuk (met traditie), schisma
Ook: ontwrichting
📝 In Actie
El nuevo movimiento artístico supuso una ruptura con el clasicismo.
C1De nieuwe artistieke stroming betekende een breuk met het classicisme.
La caída del muro significó una ruptura histórica en la política global.
C2De val van de muur betekende een historische breuk in de wereldpolitiek.
Vocabulary Collections
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "ruptura" in het Spaans:
barst→breuk→fractuur→ontwrichting→relatiebreuk→schending→scheur→schisma→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: ruptura
Vraag 1 van 2
Welke vertaling van 'ruptura' is correct in de zin: 'La ruptura del tendón fue grave.'
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt rechtstreeks van het Latijnse woord *ruptura*, wat 'een breuk' of 'een fractuur' betekende. Het deelt zijn wortel met Nederlandse woorden zoals 'ruptuur' en 'interrumperen'.
Eerste vermelding: 15th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is er een verschil tussen 'ruptura' en 'rotura'?
'Ruptura' is de meer formele en algemene term, gebruikt voor ernstige fysieke breuken (zoals botten of ligamenten) en bijna altijd voor figuurlijke breuken (relaties, contracten, diplomatie). 'Rotura' wordt vaak gebruikt voor eenvoudigere, alledaagse fysieke breuken, zoals een gebroken bord of een gat in kleding.
Hoe zeg ik 'een relatiebreuk hebben' in het Spaans?
Je gebruikt meestal het werkwoord 'tener' (hebben) of 'sufrir' (lijden) gevolgd door 'una ruptura': 'Tuvieron una ruptura' (Zij hadden een relatiebreuk). Als alternatief gebruik je het werkwoord 'romper': 'Ellos rompieron' (Zij maakten het uit).


