vive
“vive” betekent “woont” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
woont, leeft
Ook: ervaart
📝 In Actie
Mi hermana vive en Barcelona.
A1Mijn zus woont in Barcelona.
Él vive una vida muy interesante.
A2Hij leeft een heel interessant leven.
La reina vive en el palacio.
B1De koningin woont in het paleis.

📝 In Actie
¡No te preocupes tanto y vive el momento!
A2Maak je niet zo druk en leef in het moment!
Vive tu vida como quieras, no como quieran los demás.
B1Leef je leven zoals jij wilt, niet zoals anderen willen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: vive
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'vive' als een bevel?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt rechtstreeks van het Latijnse woord 'vīvere', wat 'leven', 'in leven zijn' of 'duren' betekent. Het is een zeer oud woord dat zijn betekenis al duizenden jaren heeft behouden.
Eerste vermelding: Before the 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'vive' en 'viva'?
Ze zien er vergelijkbaar uit, maar hebben verschillende functies! 'Vive' wordt op twee belangrijke manieren gebruikt: om te zeggen 'hij/zij/u (formeel) woont' (bv. 'Él vive en México') OF om een vriendelijk bevel te geven aan één persoon ('¡Vive tu sueño!'). 'Viva' is een speciale vorm die wordt gebruikt voor wensen ('¡Viva el rey!' - Lang leve de koning!), of voor formele bevelen ('Viva con cuidado, señor' - Leef voorzichtig, meneer).
Hoe zeg ik 'jij woont' in het Spaans?
Het hangt af van wie 'jij' is! Voor een vriend of iemand van jouw leeftijd (tú), zeg je 'vives'. Voor een oudere, een baas of een vreemde (usted), zeg je 'vive'. Voor een groep mensen (ustedes), zeg je 'viven'.

