Inklingo

vive

bee-behˈbi.be

vive betekent woont in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

woont, leeft

Ook: ervaart
WerkwoordA1regular ir
Een vriendelijke vrouw kijkt uit een raam van een felgekleurd, eenvoudig sprookjeshuis, wat een woonplaats illustreert.
infinitivevivir
gerundviviendo
past Participlevivido

📝 In Actie

Mi hermana vive en Barcelona.

A1

Mijn zus woont in Barcelona.

Él vive una vida muy interesante.

A2

Hij leeft een heel interessant leven.

La reina vive en el palacio.

B1

De koningin woont in het paleis.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • reside (woont)
  • habita (bewoont)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • vive con sus padreshij/zij woont bij zijn/haar ouders
  • vive solo/solahij/zij woont alleen
  • vive cerca de aquíhij/zij woont hier in de buurt

Leef!

A2regular irinformal
Een vrolijk persoon staat op een groene heuvel onder een stralende zon, met de armen wijd open in een gebaar van vrijheid en vreugde.
infinitivevivir
gerundviviendo
past Participlevivido

📝 In Actie

¡No te preocupes tanto y vive el momento!

A2

Maak je niet zo druk en leef in het moment!

Vive tu vida como quieras, no como quieran los demás.

B1

Leef je leven zoals jij wilt, niet zoals anderen willen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • disfruta (geniet)
  • aprovecha (profiteer (van))

Veelvoorkomende Collocaties

  • vive el presenteleef in het heden
  • vive y deja vivirleven en laten leven

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedvive
yovivo
vives
ellos/ellas/ustedesviven
nosotrosvivimos
vosotrosvivís

imperfect

él/ella/ustedvivía
yovivía
vivías
ellos/ellas/ustedesvivían
nosotrosvivíamos
vosotrosvivíais

preterite

él/ella/ustedvivió
yoviví
viviste
ellos/ellas/ustedesvivieron
nosotrosvivimos
vosotrosvivisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedviva
yoviva
vivas
ellos/ellas/ustedesvivan
nosotrosvivamos
vosotrosviváis

imperfect

él/ella/ustedviviera
yoviviera
vivieras
ellos/ellas/ustedesvivieran
nosotrosviviéramos
vosotrosvivierais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "vive" in het Spaans:

ervaartleef!leeftwoont

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: vive

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'vive' als een bevel?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt rechtstreeks van het Latijnse woord 'vīvere', wat 'leven', 'in leven zijn' of 'duren' betekent. Het is een zeer oud woord dat zijn betekenis al duizenden jaren heeft behouden.

Eerste vermelding: Before the 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Italian: vivereFrench: vivrePortuguese: viver

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'vive' en 'viva'?

Ze zien er vergelijkbaar uit, maar hebben verschillende functies! 'Vive' wordt op twee belangrijke manieren gebruikt: om te zeggen 'hij/zij/u (formeel) woont' (bv. 'Él vive en México') OF om een vriendelijk bevel te geven aan één persoon ('¡Vive tu sueño!'). 'Viva' is een speciale vorm die wordt gebruikt voor wensen ('¡Viva el rey!' - Lang leve de koning!), of voor formele bevelen ('Viva con cuidado, señor' - Leef voorzichtig, meneer).

Hoe zeg ik 'jij woont' in het Spaans?

Het hangt af van wie 'jij' is! Voor een vriend of iemand van jouw leeftijd (tú), zeg je 'vives'. Voor een oudere, een baas of een vreemde (usted), zeg je 'vive'. Voor een groep mensen (ustedes), zeg je 'viven'.