Hoe zeg je "doek" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “doek” is “paño” — gebruik 'paño' voor een stuk stof dat specifiek bedoeld is om mee schoon te maken of af te vegen, zoals een vaatdoek of poetsdoek.
paño
Voorbeelden
Limpia la mesa con un paño húmedo.
Maak de tafel schoon met een vochtige doek.
tela
TAY-lahˈtela

Voorbeelden
Esta chaqueta está hecha de una tela muy suave.
Dit jasje is gemaakt van een heel zachte stof.
Necesito un metro de tela roja para el proyecto.
Ik heb één meter rode stof nodig voor het project.
El sofá está tapizado con una tela resistente.
De bank is bekleed met een slijtvast materiaal.
Geslachtcontrole
Onthoud dat 'tela' altijd vrouwelijk is. In het Spaans moet je dus 'la' of 'una' ervoor gebruiken, en bijvoeglijke naamwoorden moeten ook op '-a' eindigen (bv. 'la tela suave'). Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'de stof' mannelijk/vrouwelijk is en 'het doek' onzijdig is.
trapo
TRAH-pohˈtɾapo

Voorbeelden
Limpia el polvo con un trapo húmedo.
Veeg het stof weg met een vochtige poetslap.
Necesito un trapo viejo para secar el suelo.
Ik heb een oud doek nodig om de vloer te drogen.
Deja el trapo de cocina sobre el mostrador.
Laat de vaatdoek op het aanrecht liggen.
Mannelijk woord dat eindigt op -o
Omdat dit woord eindigt op 'o', is het mannelijk. Je gebruikt er altijd 'el' of 'un' bij.
Eenvoudige meervouden
Om over meer dan één te praten, voeg je simpelweg een 's' toe aan het einde: 'los trapos'.
Trapo vs. Ropa
Fout: “Het woord 'trapo' gebruiken om 'kleding' te betekenen in een formele setting.”
Correctie: Gebruik 'ropa' voor algemene kleding. Gebruik 'trapo' alleen voor poetslappen of zeer informele/slang-verwijzingen naar kleding.
Paño vs. Trapo
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

