Hoe zeg je "feit" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “feit” is “hecho” — gebruik 'hecho' wanneer je een feit bedoelt als een vaststaand gegeven of informatie die als waar wordt beschouwd, vaak in de uitdrukking 'de hecho' (sterker nog)..
hecho
/EH-choh//ˈe.t͡ʃo/

Voorbeelden
El hecho de que llegaras tarde es inaceptable.
Het feit dat je te laat kwam is onacceptabel.
De hecho, prefiero el té.
Sterker nog, ik heb liever thee.
El hecho es que no tenemos suficiente tiempo.
Het feit is dat we niet genoeg tijd hebben.
Fue un hecho histórico muy importante.
Het was een zeer belangrijke historische gebeurtenis.
verdad
/ber-DAHD//beɾˈðað/

Voorbeelden
¿Es esa la verdad sobre lo que pasó?
Is dat het feit (de waarheid) over wat er gebeurd is?
Dime la verdad.
Vertel me de waarheid.
La verdad es que no quiero ir.
De waarheid is dat ik niet wil gaan.
Busco la verdad sobre lo que pasó.
Ik zoek de waarheid over wat er gebeurd is.
Het is Vrouwelijk!
'Verdad' is een vrouwelijk woord, dus je gebruikt er altijd 'la' of 'una' mee, niet 'el' of 'un'. Bijvoorbeeld: 'la verdad' (de waarheid).
Gebruik van 'Verdad' versus 'Verdadero'
Fout: “La historia es verdad.”
Correctie: La historia es verdadera. Gebruik 'verdad' (het zelfstandig naamwoord) voor 'de waarheid' en 'verdadero/a' (het bijvoeglijk naamwoord) om iets als 'waar' te beschrijven.
Verwarring tussen 'hecho' en 'verdad'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

