Hoe zeg je "in" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “in” is “en” — gebruik 'en' om een locatie aan te geven (binnen, op) of om aan te geven hoe je reist..
en
/en//en/

Voorbeelden
El libro está en la mesa.
Het boek ligt op de tafel.
Vivo en una ciudad grande.
Ik woon in een grote stad.
Mis amigos están en el cine.
Mijn vrienden zijn in de bioscoop.
Mi cumpleaños es en octubre.
Mijn verjaardag is in oktober.
Eén woord, drie betekenissen
In het Nederlands gebruiken we 'in', 'op' en 'bij' voor locatie. Het Spaans vereenvoudigt dit door 'en' voor al deze drie te gebruiken. De specifieke betekenis komt voort uit de situatie.
Tijdcontainers
Gebruik 'en' voor tijdsperioden zoals maanden, seizoenen en jaren. Zie ze als containers, en de gebeurtenis vindt 'in' die periode plaats.
Het 'Hoe' Beschrijven
Naast locatie en tijd kan 'en' de methode of manier beschrijven. Dit is heel gebruikelijk voor vervoersmiddelen (en coche, en tren), waar het Nederlands vaak 'met' gebruikt.
Locatie versus Beweging
Fout: “Voy a el supermercado. Estoy a el supermercado.”
Correctie: Voy al supermercado. Estoy en el supermercado. Gebruik 'a' voor beweging naar een plek toe, en 'en' als je er al bent.
Dagen van de Week
Fout: “La reunión es en lunes.”
Correctie: La reunión es el lunes. Voor specifieke dagen van de week gebruik je geen 'en'. In plaats daarvan gebruik je 'el' voor één dag of 'los' voor elke week (bv. los lunes - op maandagen).
Lopen of Rijden te Paard
Fout: “Voy en pie. / Voy en caballo.”
Correctie: Voy a pie. / Voy a caballo. Hoewel de meeste transportmiddelen 'en' gebruiken, gebruik je 'a' voor lopen of te paard rijden.
en
/en//en/

Voorbeelden
Mi cumpleaños es en octubre.
Mijn verjaardag is in oktober.
El libro está en la mesa.
Het boek ligt op de tafel.
Vivo en una ciudad grande.
Ik woon in een grote stad.
Mis amigos están en el cine.
Mijn vrienden zijn in de bioscoop.
Eén woord, drie betekenissen
In het Nederlands gebruiken we 'in', 'op' en 'bij' voor locatie. Het Spaans vereenvoudigt dit door 'en' voor al deze drie te gebruiken. De specifieke betekenis komt voort uit de situatie.
Tijdcontainers
Gebruik 'en' voor tijdsperioden zoals maanden, seizoenen en jaren. Zie ze als containers, en de gebeurtenis vindt 'in' die periode plaats.
Het 'Hoe' Beschrijven
Naast locatie en tijd kan 'en' de methode of manier beschrijven. Dit is heel gebruikelijk voor vervoersmiddelen (en coche, en tren), waar het Nederlands vaak 'met' gebruikt.
Locatie versus Beweging
Fout: “Voy a el supermercado. Estoy a el supermercado.”
Correctie: Voy al supermercado. Estoy en el supermercado. Gebruik 'a' voor beweging naar een plek toe, en 'en' als je er al bent.
Dagen van de Week
Fout: “La reunión es en lunes.”
Correctie: La reunión es el lunes. Voor specifieke dagen van de week gebruik je geen 'en'. In plaats daarvan gebruik je 'el' voor één dag of 'los' voor elke week (bv. los lunes - op maandagen).
Lopen of Rijden te Paard
Fout: “Voy en pie. / Voy en caballo.”
Correctie: Voy a pie. / Voy a caballo. Hoewel de meeste transportmiddelen 'en' gebruiken, gebruik je 'a' voor lopen of te paard rijden.
en
/en//en/

Voorbeelden
Siempre viajo en tren.
Ik reis altijd met de trein.
El libro está en la mesa.
Het boek ligt op de tafel.
Vivo en una ciudad grande.
Ik woon in een grote stad.
Mis amigos están en el cine.
Mijn vrienden zijn in de bioscoop.
Eén woord, drie betekenissen
In het Nederlands gebruiken we 'in', 'op' en 'bij' voor locatie. Het Spaans vereenvoudigt dit door 'en' voor al deze drie te gebruiken. De specifieke betekenis komt voort uit de situatie.
Tijdcontainers
Gebruik 'en' voor tijdsperioden zoals maanden, seizoenen en jaren. Zie ze als containers, en de gebeurtenis vindt 'in' die periode plaats.
Het 'Hoe' Beschrijven
Naast locatie en tijd kan 'en' de methode of manier beschrijven. Dit is heel gebruikelijk voor vervoersmiddelen (en coche, en tren), waar het Nederlands vaak 'met' gebruikt.
Locatie versus Beweging
Fout: “Voy a el supermercado. Estoy a el supermercado.”
Correctie: Voy al supermercado. Estoy en el supermercado. Gebruik 'a' voor beweging naar een plek toe, en 'en' als je er al bent.
Dagen van de Week
Fout: “La reunión es en lunes.”
Correctie: La reunión es el lunes. Voor specifieke dagen van de week gebruik je geen 'en'. In plaats daarvan gebruik je 'el' voor één dag of 'los' voor elke week (bv. los lunes - op maandagen).
Lopen of Rijden te Paard
Fout: “Voy en pie. / Voy en caballo.”
Correctie: Voy a pie. / Voy a caballo. Hoewel de meeste transportmiddelen 'en' gebruiken, gebruik je 'a' voor lopen of te paard rijden.
por
/por//poɾ/

Voorbeelden
Trabajo por la mañana.
Ik werk in de ochtend.
Viví en España por dos años.
Ik woonde twee jaar in Spanje.
Vamos de vacaciones por una semana.
We gaan een week op vakantie.
Praten over Duur
Wanneer je wilt zeggen hoe lang iets duurt, gebruik je 'por' gevolgd door de tijdsperiode.
Gebruik van 'Para' voor Duur
Fout: “Het is gemakkelijk om 'por' en 'para' hier te verwarren: 'Estudié para dos horas.'”
Correctie: Gebruik altijd 'por' voor duur: 'Estudié por dos horas.' 'Para' wordt gebruikt voor deadlines (bijv. 'Necesito el informe para el viernes' - Ik heb het rapport *voor* vrijdag nodig).
Verwarring tussen 'en' en 'por' voor tijdsaanduidingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

