Hoe zeg je "lokale bewoner" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “lokale bewoner” is “local” — gebruik 'local' als je spreekt over iemand die momenteel in een bepaald gebied woont en daar bekend is, bijvoorbeeld voor advies..
local
lo-CAL/loˈkal/

Voorbeelden
Pregúntale a un local, seguro que conoce el camino más corto.
Vraag het een lokale bewoner, die weet vast de kortste weg.
Las locales siempre saben dónde comprar mejor.
De lokale vrouwen weten altijd waar ze het beste kunnen winkelen.
Gebruikt als een Bijvoeglijk Naamwoord
Dit zelfstandig naamwoord wordt gevormd door het bijvoeglijk naamwoord (Definitie 1) op zichzelf te gebruiken. Je kunt zeggen 'el local' (de mannelijke lokale bewoner) of 'la local' (de vrouwelijke lokale bewoner), maar onthoud dat de adjectiefvorm zijn uitgang nooit verandert naar -a.
natural
/nah-too-RAHL//na.tuˈɾal/

Voorbeelden
Mi abuelo es natural de un pequeño pueblo costero.
Mijn grootvader is een inwoner van een klein kustplaatsje.
Los naturales de la isla recibieron a los visitantes con una danza tradicional.
De inwoners van het eiland begroetten de bezoekers met een traditionele dans.
Gebruik als zelfstandig naamwoord
Wanneer 'natural' als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, betekent het 'persoon uit die plaats'. Onthoud dat je het juiste lidwoord gebruikt: 'el natural' (mannelijke inwoner) of 'la natural' (vrouwelijke inwoner). In het Nederlands gebruiken we vaak 'inwoner' of 'geborene', en de geslachtsstructuur is minder strikt gekoppeld aan het woord zelf.
Local vs. Natural
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

