Hoe zeg je "inwoner" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “inwoner” is “residente” — gebruik dit woord als je wilt aangeven dat iemand ergens woont, bijvoorbeeld in een bepaald gebouw of wijk, zonder dat dit per se de geboorteplaats hoeft te zijn..
residente
/reh-see-DEHN-teh//resiˈðente/

Voorbeelden
Soy residente de este edificio.
Ik ben inwoner van dit gebouw.
Los residentes del barrio están felices.
De inwoners van de wijk zijn blij.
Eén woord voor iedereen
Dit woord verandert niet van uitgang voor mannen of vrouwen. Je verandert alleen het lidwoord ervoor: 'el residente' voor een man en 'la residente' voor een vrouw. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we vaak 'de inwoner' en 'de bewoonster' hebben, of bijvoeglijke naamwoorden gebruiken.
Vermijd 'residenta'
Fout: “Een vrouw 'la residenta' noemen.”
Correctie: Gebruik 'la residente'. Hoewel 'residenta' in sommige oude woordenboeken voorkomt, is 'la residente' de natuurlijke, moderne manier om het te zeggen. Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'de arts' gebruiken voor zowel mannelijk als vrouwelijk, in plaats van een specifieke vrouwelijke vorm te creëren.
vecino
veh-SEE-noh/beˈθino/

Voorbeelden
Mi vecino me ayudó a cargar las cajas.
Mijn buurman hielp me met het dragen van de dozen.
Los vecinos se quejaron por el ruido de la fiesta.
De buren klaagden over het feestlawaai.
Todos los vecinos del barrio asistieron a la reunión municipal.
Alle inwoners van de buurt woonden de gemeenteraadsvergadering bij.
Geslachtsovereenkomst
Aangezien dit een zelfstandig naamwoord is dat naar een persoon verwijst, verandert het van vorm afhankelijk van het geslacht van de persoon: 'vecino' (mannelijk) en 'vecina' (vrouwelijk).
Zelfstandig naamwoord en locatie verwarren
Fout: “Het gebruiken van 'vecindario' om over een persoon te praten. (bv. 'Mi vecindario es amable.')”
Correctie: Gebruik 'vecino' of 'vecina' voor de persoon. 'Vecindario' betekent de plaats (buurt). Zeg: 'Mi vecino es amable.'
local
lo-CAL/loˈkal/

Voorbeelden
Pregúntale a un local, seguro que conoce el camino más corto.
Vraag het een lokale bewoner, die weet vast de kortste weg.
Las locales siempre saben dónde comprar mejor.
De lokale vrouwen weten altijd waar ze het beste kunnen winkelen.
Gebruikt als een Bijvoeglijk Naamwoord
Dit zelfstandig naamwoord wordt gevormd door het bijvoeglijk naamwoord (Definitie 1) op zichzelf te gebruiken. Je kunt zeggen 'el local' (de mannelijke lokale bewoner) of 'la local' (de vrouwelijke lokale bewoner), maar onthoud dat de adjectiefvorm zijn uitgang nooit verandert naar -a.
natural
/nah-too-RAHL//na.tuˈɾal/

Voorbeelden
Mi abuelo es natural de un pequeño pueblo costero.
Mijn grootvader is een inwoner van een klein kustplaatsje.
Los naturales de la isla recibieron a los visitantes con una danza tradicional.
De inwoners van het eiland begroetten de bezoekers met een traditionele dans.
Gebruik als zelfstandig naamwoord
Wanneer 'natural' als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, betekent het 'persoon uit die plaats'. Onthoud dat je het juiste lidwoord gebruikt: 'el natural' (mannelijke inwoner) of 'la natural' (vrouwelijke inwoner). In het Nederlands gebruiken we vaak 'inwoner' of 'geborene', en de geslachtsstructuur is minder strikt gekoppeld aan het woord zelf.
Verwarring tussen 'residente' en 'vecino'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.



