Inklingo

Hoe zeg je "onoprecht" in het Spaans

Dutch → Spaans

falso

FAHL-soh/ˈfalso/

adjectiefB1neutraal
Gebruik 'falso' als je het hebt over iets dat niet echt is, zoals een product dat nagemaakt is, of een gevoel of uitspraak die niet gemeend is.
Een gedetailleerde, glanzende gouden munt ligt naast een doffe, ruw gestempelde grijze metalen munt, wat een nagemaakt item illustreert.

Voorbeelden

Me regaló unas flores falsas.

Hij gaf me een paar nepbloemen.

Me vendieron un reloj falso en la calle.

Ze verkochten me een nep horloge op straat.

Ella tiene una sonrisa falsa, no parece feliz.

Ze heeft een onoprechte (valse) glimlach; ze ziet er niet gelukkig uit.

Descubrieron que el dinero era falso.

Ze ontdekten dat het geld vervalst was.

Gebruik van Ser vs. Estar

Wanneer je iemands karakter als bedrieglijk beschrijft, gebruik je altijd 'ser': 'Él es falso' (Hij is een vals persoon). Je zou 'estar' met deze betekenis meestal niet gebruiken. Dit is een belangrijk verschil met het Nederlands, waar we 'Hij is vals' gebruiken voor karakter, maar 'Hij is verkeerd bezig' voor een tijdelijke staat.

artificial

/ar-tee-fee-SYAL//aɾtifiˈsjal/

adjectiefB2neutraal
Gebruik 'artificial' wanneer iets geforceerd, onnatuurlijk of niet oprecht overkomt, zoals een glimlach of gedrag dat niet spontaan is.
Een houten pop met een masker met een geschilderde glimlach.

Voorbeelden

Su interés en el tema parecía artificial.

Zijn interesse in het onderwerp leek onoprecht.

Ella me dio una sonrisa un poco artificial.

Ze gaf me een ietwat geforceerde glimlach.

Su entusiasmo parecía muy artificial.

Zijn enthousiasme leek erg geforceerd.

Falso vs. Artificial

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'falso' en 'artificial'. 'Falso' wordt gebruikt voor dingen die nagemaakt zijn of niet echt bestaan, terwijl 'artificial' slaat op gedrag of uitingen die onnatuurlijk of geforceerd aanvoelen.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.