Hoe zeg je "opgelopen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “opgelopen” is “sufrió” — gebruik 'sufrió' wanneer het lijdend voorwerp een concrete of abstracte schade, blessure of tegenslag is die direct is 'opgelopen' door een gebeurtenis..
sufrió
Voorbeelden
El puente sufrió daños estructurales tras el terremoto.
De brug liep structurele schade op na de aardbeving.
sufrir
/soo-FREER//suˈfɾiɾ/

Voorbeelden
La empresa sufrió grandes pérdidas este trimestre.
Het bedrijf heeft dit kwartaal grote verliezen geleden.
El edificio sufrió daños graves a causa del terremoto.
Het gebouw heeft ernstige schade opgelopen door de aardbeving.
Nuestra reputación sufrió un duro golpe.
Onze reputatie heeft een zware klap opgelopen.
Niet-menselijke onderwerpen
In deze context is het onderwerp dat 'sufrir' uitvoert vaak een levenloos object, zoals 'el puente' (de brug) of 'la economía' (de economie). Dit komt overeen met het Nederlandse gebruik van 'ondergaan' of 'lijden' bij abstracte zaken.
Verwarring met 'soportar'
Fout: “El puente sufrió el peso.”
Correctie: El puente soportó el peso. ('Soportar' betekent gewicht of druk weerstaan, terwijl 'sufrir' betekent er negatief door beïnvloed worden. In het Nederlands is 'verdragen' of 'weerstaan' beter voor de fysieke last.)
recibir
reh-see-BEER/re.siˈβiɾ/

Voorbeelden
El boxeador recibió un golpe fatal en el último asalto.
De bokser leed een fatale klap in de laatste ronde.
El edificio recibió graves daños por el terremoto.
Het gebouw liep ernstige schade op door de aardbeving.
Tuvo que recibir las críticas del jefe en silencio.
Hij moest de kritiek van de baas in stilte ondergaan.
Formele Toon
Wanneer het wordt gebruikt om 'lijden' of 'opgelopen' te betekenen, klinkt 'recibir' formeler en afstandelijker dan 'sufrir', wat de persoonlijke emotionele pijn benadrukt.
Verwarring tussen 'sufrir' en 'recibir'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

