Inklingo

Hoe zeg je "passagier" in het Spaans

Dutch → Spaans

pasajero

pah-sah-HEH-rohpasaˈxeɾo

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'pasajero' als je specifiek verwijst naar iemand die zich in een voertuig bevindt, zoals een auto, bus, trein of vliegtuig, zonder dat die persoon zelf de bestuurder is.
Een persoon die comfortabel in een treinstoel zit en uit het raam kijkt naar een groen landschap.

Voorbeelden

El avión tiene capacidad para doscientos pasajeros.

Het vliegtuig heeft capaciteit voor tweehonderd passagiers.

El conductor saludó al pasajero.

De bestuurder groette de passagier.

Los pasajeros deben mostrar su billete antes de subir.

Passagiers moeten hun ticket tonen voor het instappen.

Vrouwelijk maken

Om over een vrouwelijke passagier te praten, verander je simpelweg de 'o' in een 'a' en gebruik je 'la': la pasajera.

Niet verwarren met 'viajero'

Fout:Het gebruik van 'pasajero' voor iemand die door Europa aan het backpacken is.

Correctie: Gebruik 'pasajero' wanneer ze zich specifiek in een voertuig bevinden (bus, trein, vliegtuig). Gebruik 'viajero' voor het algemene concept van een reiziger.

viajero

bee-ah-HEH-rohbjaˈxeɾo

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'viajero' om te verwijzen naar iemand die aan het reizen is, een reiziger in het algemeen, of iemand die een reis onderneemt, ongeacht of die persoon zich op dat moment in een specifiek vervoermiddel bevindt.
Een persoon met een rugzak en een wandelstok op een grasrijke heuvel die naar bergen kijkt.

Voorbeelden

El viajero descansaba en la estación de tren.

De reiziger rustte uit op het treinstation.

Como viajero frecuente, siempre llevo poco equipaje.

Als frequente reiziger neem ik altijd weinig bagage mee.

Un verdadero viajero busca experiencias locales, no solo monumentos.

Een echte reiziger zoekt lokale ervaringen, niet alleen monumenten.

Geslacht van zelfstandige naamwoorden

Gebruik 'viajero' als je het over een man hebt. Als je het over een vrouw hebt, gebruik je het woord 'viajera'. Dit is vergelijkbaar met het Nederlands, waar we ook mannelijke en vrouwelijke vormen hebben (bv. 'de reiziger' vs. 'de reizigster', hoewel 'reiziger' vaak voor beide wordt gebruikt).

Lidwoorden gebruiken

Net als 'de reiziger' in het Nederlands, gebruik je 'el viajero' voor een specifieke persoon of 'un viajero' voor een willekeurige reiziger.

Viaje vs. Viajero

Fout:El viaje llegó tarde.

Correctie: El viajero llegó tarde.

Pasajero vs. Viajero

De meest gemaakte fout is het gebruik van 'viajero' wanneer 'pasajero' bedoeld wordt. Onthoud dat 'pasajero' specifiek slaat op de persoon die meereist in een voertuig, terwijl 'viajero' een breder begrip is van iemand die op reis is.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.