Hoe zeg je "passeerde" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “passeerde” is “pasó” — gebruik 'pasó' wanneer je verwijst naar tijd die voorbijgaat, of wanneer iets of iemand langs een bepaalde locatie beweegt..
Voorbeelden
El tiempo pasó muy rápido durante las vacaciones.
De tijd ging heel snel voorbij tijdens de vakantie.
pasara
/pah-SAH-rah//paˈsaɾa/

Voorbeelden
Esperaba que el tren pasara antes de cruzar la vía.
Ze hoopte dat de trein zou passeren voordat ze het spoor overstak.
Era necesario que él pasara por la aduana.
Het was noodzakelijk dat hij door de douane ging.
Werkwoorden van Emotie en Noodzaak
Wanneer het hoofddeel van de zin een emotie uitdrukt ('Esperaba que...' / 'Ik hoopte dat...') of een noodzaak ('Era necesario que...' / 'Het was noodzakelijk dat...'), neemt het werkwoord in het tweede deel vaak de imperfectum subjuntivo-vorm zoals 'pasara'.
Gebruik van de Indicatief Verleden Tijd
Fout: “Zeggen: 'Esperaba que el tren pasó.' (Ze hoopte dat de trein passeerde.)”
Correctie: De hoop/wens maakt het tweede werkwoord onzeker, wat 'pasara' (subjuntivo) vereist: 'Esperaba que el tren pasara.'
Verwarring tussen 'pasó' en 'pasara'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
