Hoe zeg je "rusten" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “rusten” is “descansar” — gebruik dit woord als je het hebt over het nemen van een pauze om uit te rusten na inspanning of een lange periode van activiteit.
descansar
dess-kahn-SAHRdes.kanˈsaɾ

Voorbeelden
Necesito descansar después de este largo viaje.
Ik moet rusten na deze lange reis.
¿Por qué no descansas la vista un rato?
Waarom rust je je ogen niet even uit?
Descansamos el sábado y el domingo.
Wij rusten (zijn vrij) op zaterdag en zondag.
Een Regelmatige AR-Werkwoord
Dit werkwoord volgt het eenvoudigste vervoegingspatroon (AR-uitgang), dus als je één 'AR'-werkwoord kent, ken je 'descansar'!
Verwarring tussen 'descansar' en 'relajarse'
Fout: “Me voy a descansar en la playa. (Ik ga rusten op het strand.)”
Correctie: Hoewel het kan, is 'Me voy a relajar en la playa' (Ik ga ontspannen op het strand) vaak natuurlijker voor vrijetijdsactiviteiten.
reposar
re-po-SARrepoˈsaɾ

Voorbeelden
Después de correr, necesito reposar un poco.
Na het rennen moet ik een beetje rusten.
El doctor me recomendó reposar en cama por tres días.
De dokter raadde me aan om drie dagen in bed te blijven.
Es bueno reposar la comida antes de volver al trabajo.
Het is goed om je eten te laten rusten (verteren) voordat je weer aan het werk gaat.
Deja reposar la masa por treinta minutos.
Laat het deeg dertig minuten rusten.
Reposar vs. Descansar
Hoewel beide 'rusten' betekenen, gaat 'reposar' meer over fysieke stilte of op één plek blijven, terwijl 'descansar' algemener is (zoals een pauze nemen van werk).
Instructies geven
Bij gebruik in recepten gebruik je vaak de gebiedende wijs: 'Deje reposar...' (Laat het rusten...).
Een object laten rusten
Fout: “Me gusta descansar la comida.”
Correctie: Me gusta reposar la comida. (Gebruik 'reposar' voor het fysieke proces van bezinken of verteren.)
Voorbeelden
Él apoya la escalera en la pared.
Hij leunt de ladder tegen de muur.
posar
po-sarpoˈsaɾ

Voorbeelden
Posó la taza sobre el plato sin hacer ruido.
Hij zette het kopje zonder geluid op het schoteltje.
El abuelo posó su mano sobre mi hombro.
Mijn grootvader legde zijn hand op mijn schouder.
El colibrí se posó en la flor.
De kolibrie landde op de bloem.
Gebruik met 'se'
Wanneer een dier (zoals een vogel of vlinder) ergens op landt, gebruiken we de reflexieve vorm 'posarse': 'La mariposa se posó en mi nariz' (De vlinder landde op mijn neus).
Posar vs. Poner
Fout: “Posó el libro en la mochila.”
Correctie: Puso el libro en la mochila. ('Posar' impliceert een zachte, doelbewuste rustactie, meestal op een oppervlak, niet zomaar iets ergens neerleggen).
Descansar vs. Reposar
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


