Inklingo

Hoe zeg je "twijfel" in het Spaans

Dutch → Spaans

duda

/doo-da//ˈdu.ða/

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'duda' als je een gevoel van onzekerheid of een vraag hebt over iets.
Een klein, eenvoudig figuurtje dat bij een splitsing van een pad staat en onzeker of verward tussen de twee richtingen kijkt.

Voorbeelden

Tengo una duda sobre cómo funciona esto.

Ik heb een vraag over hoe dit werkt.

No me cabe la menor duda de que tienes razón.

Ik heb er het kleinste beetje twijfel over dat je gelijk hebt.

Sin duda, este es el mejor restaurante de la ciudad.

Zonder twijfel is dit het beste restaurant in de stad.

Duda versus Pregunta

'Duda' is het gevoel van onzekerheid dat je in je hoofd hebt. 'Pregunta' is de daadwerkelijke vraag die je hardop stelt om informatie te krijgen. Als je je hand opsteekt in de les, heb je een 'duda', maar je stelt een 'pregunta'.

Een 'duda' stellen

Fout:Voy a hacerte una duda.

Correctie: Voy a hacerte una pregunta. 'Preguntas' 'maak' of 'stel' je ('hacer'). Een 'duda' 'heb' je ('tener'). Dit is vergelijkbaar met het Nederlands: je 'stelt' een vraag, je 'hebt' een twijfel.

cuestión

zelfstandig naamwoordB2neutraal
Gebruik 'cuestión' wanneer je verwijst naar een specifiek punt van discussie, een probleem of een onderwerp dat ter discussie staat.

Voorbeelden

No quiso responder a mi cuestión sobre el futuro de la empresa.

Hij wilde mijn vraag over de toekomst van het bedrijf niet beantwoorden.

Duda vs. Cuestión

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'duda' (onzekerheid) met 'cuestión' (een specifiek punt of onderwerp). Een 'duda' is persoonlijk en gaat over je eigen onzekerheid, terwijl een 'cuestión' vaak een objectiever punt is dat besproken wordt.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.