Inklingo

Hoe zeg je "valsspelen" in het Spaans

Het Spaanse woord voorvalsspelenis trampaB1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Dutch → SpaansB1

trampa

nounB1neutral/informal
daad van bedrog
Twee kinderen spelen een bordspel. Eén kind verbergt stiekem een dobbelsteen in zijn hand onder de tafel terwijl hij ondeugend rondkijkt.

Voorbeelden

Hacer trampa en el examen es inaceptable.

Valsspelen bij het examen is onaanvaardbaar.

¡Me hiciste trampa! El juego no funciona así.

Je hebt me te slim af geweest! Het spel werkt niet zo.

La oferta era una trampa para que firmáramos el contrato.

Het aanbod was een streek (een list) om ons het contract te laten tekenen.

Het gebruik van het werkwoord 'Hacer'

Om de handeling 'valsspelen' in het Spaans uit te drukken, gebruiken we meestal het werkwoord 'hacer' (maken/doen): 'hacer trampa'. Je gebruikt bijna nooit het werkwoord 'cheatear'.

Verwarring tussen het zelfstandig naamwoord en het werkwoord

Fout:Yo trampo.

Correctie: Yo hago trampa. ('Trampa' is het zelfstandig naamwoord, 'hacer' is het werkwoord dat nodig is voor de handeling.)

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.