Hoe zeg je "valsspelen" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “valsspelen” is “trampa” — B1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Hacer trampa en el examen es inaceptable.
Valsspelen bij het examen is onaanvaardbaar.
¡Me hiciste trampa! El juego no funciona así.
Je hebt me te slim af geweest! Het spel werkt niet zo.
La oferta era una trampa para que firmáramos el contrato.
Het aanbod was een streek (een list) om ons het contract te laten tekenen.
Het gebruik van het werkwoord 'Hacer'
Om de handeling 'valsspelen' in het Spaans uit te drukken, gebruiken we meestal het werkwoord 'hacer' (maken/doen): 'hacer trampa'. Je gebruikt bijna nooit het werkwoord 'cheatear'.
Verwarring tussen het zelfstandig naamwoord en het werkwoord
Fout: “Yo trampo.”
Correctie: Yo hago trampa. ('Trampa' is het zelfstandig naamwoord, 'hacer' is het werkwoord dat nodig is voor de handeling.)
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.