Inklingo

Hoe zeg je "vent" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorventis hombregebruik 'hombre' als je simpelweg 'man' bedoelt, zonder verdere specifieke connotatie of informeel taalgebruik..

Dutch → Spaans

hombre

/OM-breh//ˈombɾe/

zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik 'hombre' als je simpelweg 'man' bedoelt, zonder verdere specifieke connotatie of informeel taalgebruik.
Een vriendelijk ogende volwassen man, die de meest voorkomende betekenis van 'hombre' vertegenwoordigt.

Voorbeelden

El hombre alto lee un libro.

De lange man leest een boek.

¿Conoces a ese hombre de allí?

Ken jij die man daar?

Mi hombre llega a las seis.

Mijn man komt om zes uur thuis.

Altijd Mannelijk

Het woord 'hombre' is altijd mannelijk, dus je gebruikt altijd 'el' of 'un' ervoor. Bijvoorbeeld: 'el hombre' (de man) of 'un hombre' (een man). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse lidwoord 'de' voor 'man'.

Verwarring tussen 'hombre' en 'hombro'

Fout:Me duele el hombre.

Correctie: Me duele el hombro. (Mijn schouder doet pijn). Pas op voor dat ene letterverschil! 'Hombre' is een persoon, 'hombro' is een lichaamsdeel. In het Nederlands is dit verschil duidelijker: 'man' versus 'schouder'.

tío

zelfstandig naamwoordB1informeel
Gebruik 'tío' in informele situaties, vergelijkbaar met 'gozer' of 'jongen', om een mannelijke vriend of kennis aan te spreken.

Voorbeelden

Oye, tío, ¿qué hora es?

Hé gozer, hoe laat is het?

tipo

/tee-poh//ˈtipo/

zelfstandig naamwoordA2neutraal/informeel
Gebruik 'tipo' om op een neutrale, licht informele manier naar een onbekende man te verwijzen, vergelijkbaar met 'type' of 'kerel'.
Een casual ogende man met een rugzak, leunend tegen een bakstenen muur, van een afstand gezien.

Voorbeelden

Vi a un tipo extraño en la calle.

Ik zag een vreemde kerel op straat.

¿Conoces a ese tipo de allá?

Ken je die vent daar?

El tipo de la tienda fue muy amable.

De kerel van de winkel was erg aardig.

Niet voor Directe Aanspreekvorm

Fout:Een vreemdeling aanspreken met '¡Oye, tipo!'

Correctie: Je gebruikt 'tipo' om over een kerel te praten, maar niet tegen hem. Om iemands aandacht te trekken, zeg je '¡Oiga!', '¡Perdone!' of '¡Disculpe!'.

individuo

in-dee-VEE-dwo/in.diˈβi.ðwo/

zelfstandig naamwoordB2neutraal
Gebruik 'individuo' als je naar een specifieke man verwijst, wiens identiteit je niet kent of niet relevant is, vaak met een lichte nadruk op 'persoon'.
Een vriendelijke illustratie van een man met een casual T-shirt en spijkerbroek, die glimlacht en vriendelijk zwaait.

Voorbeelden

¿Quién es ese individuo que está mirando por la ventana?

Wie is die vent die door het raam kijkt?

Llamaron a la policía por un individuo sospechoso en la calle.

Ze belden de politie vanwege een verdachte figuur op straat.

Informele aanspreking vs. neutrale beschrijving

De meest gemaakte fout is het te informeel gebruiken van 'hombre' of te formeel 'tío'. 'Tío' is echt voor vrienden en informele situaties, terwijl 'hombre' neutraal is. 'Tipo' en 'individuo' zitten daar tussenin en verwijzen vaak naar onbekenden.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.