Hoe zeg je "zelfvertrouwen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “zelfvertrouwen” is “confianza” — gebruik 'confianza' wanneer het gaat om het geloof in iemands eigen capaciteiten of de kans op succes van een project of plan..
confianza
kon-fyan-sa/komˈfjan.sa/

Voorbeelden
Tengo mucha confianza en que el proyecto saldrá bien.
Ik heb er veel vertrouwen in dat het project goed zal aflopen.
Ella es una persona de mi entera confianza; puedes contarle el secreto.
Zij is iemand die ik volledig vertrouw; je kunt haar het geheim vertellen.
Si quieres hablar en público, tienes que ganar confianza.
Als je in het openbaar wilt spreken, moet je zelfvertrouwen opbouwen.
Welke voorzetsels gebruik je?
Om uit te drukken in wie of wat je vertrouwen hebt, gebruik je het voorzetsel 'en': 'Tengo confianza en ti' (Ik heb vertrouwen in jou). Dit komt overeen met het Nederlandse 'in'.
Het verkeerde voorzetsel gebruiken
Fout: “Poner confianza *a* alguien.”
Correctie: Poner confianza *en* alguien. Het voorzetsel 'en' (in) is vereist na 'confianza' om het object van je vertrouwen aan te geven, net als in het Nederlands.
seguridad
/se-goo-ree-DAHD//seɣuɾiˈðað/

Voorbeelden
Habló con mucha seguridad durante la entrevista.
Hij sprak met veel zelfvertrouwen tijdens het interview.
Necesitas tener más seguridad en ti misma.
Je moet meer zelfvertrouwen in jezelf hebben.
Tengo la seguridad de que todo saldrá bien.
Ik heb de zekerheid dat alles goed komt.
'Seguridad' vs. 'Confianza'
Fout: “Het gebruik van 'confianza' wanneer je zekerheid bedoelt.”
Correctie: 'Seguridad' is het beste wanneer je zeker bent van een feit. 'Tengo la seguridad de que 2+2=4.' (Ik ben er zeker van dat 2+2=4). 'Confianza' gaat meer over vertrouwen in een persoon of proces. 'Tengo confianza en ti.' (Ik vertrouw je).
Confusie tussen 'confianza' en 'seguridad'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

