dije
“dije” betekent “ik zei” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
ik zei, ik vertelde

📝 In Actie
Yo dije la verdad.
A2Ik zei de waarheid.
Te dije que iba a llover.
B1Ik vertelde je dat het zou gaan regenen.
¿Qué dije? No me acuerdo.
A2Wat zei ik? Ik herinner het me niet.
hanger
Ook: medaillon, bedel
📝 In Actie
Compró un dije de plata para su collar.
B2Ze kocht een zilveren hanger voor haar ketting.
El dije tenía una foto pequeña adentro.
C1Het medaillon had een kleine foto binnenin.
Lleva un dije en forma de corazón.
B2Hij/Zij draagt een hartvormige hanger.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: dije
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'dije' correct als het werkwoord 'ik zei'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord 'dije' heeft twee afzonderlijke oorsprongen. Als werkwoord ('ik zei') komt het van het Latijnse 'dīxī', de verleden tijd van 'dīcere' (zeggen). Als zelfstandig naamwoord ('hanger') is de oorsprong minder zeker, maar het kan afkomstig zijn van een oud Spaans woord voor een snuisterij of speeltje.
Eerste vermelding: 12th century (verb form)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom wordt 'dije' gebruikt voor 'ik zei' maar 'dijo' voor 'hij/zij zei'?
Omdat 'decir' (zeggen) een onregelmatig werkwoord is. In de eenvoudige verleden tijd (de preteritum) hebben veel veelvoorkomende werkwoorden unieke spellingen die je gewoon moet onthouden. 'Dije' is voor 'yo' (ik), en 'dijo' is voor 'él/ella/usted' (hij/zij/u beleefd). Dit is vergelijkbaar met de onregelmatige verleden tijd van Nederlandse werkwoorden zoals 'gaan' (ik ging) versus 'weten' (ik wist).
Hangen het zelfstandig naamwoord 'dije' (hanger) en het werkwoord 'decir' (zeggen) met elkaar samen?
Nee, ze zijn totaal niet gerelateerd! Het is toeval dat ze hetzelfde gespeld zijn. Het werkwoord komt van het Latijnse 'zeggen', terwijl het zelfstandig naamwoord voor het sieraad een andere, aparte oorsprong heeft. Het zijn twee verschillende woorden die toevallig hetzelfde klinken en er hetzelfde uitzien.

