Inklingo

fiesta

fyes-tahˈfjesta

feest

Ook: viering, samenzijn
Een groep blije vrienden verzameld rond een kleurrijke verjaardagstaart met brandende kaarsen en heldere feestballonnen.

📝 In Actie

Mi hermano organiza una fiesta para su cumpleaños.

A1

Mijn broer organiseert een feest voor zijn verjaardag.

Fuimos a una fiesta en la playa anoche.

A2

We gingen gisteravond naar een feest op het strand.

Gracias por invitarme a la fiesta, ¡me divertí mucho!

A2

Bedankt voor de uitnodiging voor het feest, ik heb me erg vermaakt!

Woordverbindingen

Synoniemen

  • celebración (viering)
  • guateque (feest (informeel, enigszins verouderd))
  • juerga (wild feest, uitspatting)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • hacer una fiestaeen feest geven
  • dar una fiestaeen feest geven
  • ir de fiestaop stap gaan, feesten
  • fiesta sorpresaverrassingsfeest

Idiomen & Uitdrukkingen

  • aguar la fiestade pret bederven, een spelbreker zijn
  • estar de fiestain een feeststemming zijn, aan het feesten zijn

festival

Ook: feestdag, feestdag
General
Een levendige, kleurrijke scène van een openbaar straatfestival met mensen die dansen onder slingers van decoratief papier (papel picado) en vallend confetti.

📝 In Actie

La Fiesta de San Fermín en Pamplona es mundialmente famosa.

B1

Het Festival van San Fermín in Pamplona is wereldberoemd.

El primero de mayo es fiesta en muchos países.

A2

De eerste mei is een feestdag in veel landen.

Cada pueblo tiene su propia fiesta patronal para celebrar a su santo.

B2

Elke stad heeft zijn eigen patroonheilige-festival om zijn heilige te eren.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • festividad (feestelijkheid, viering)
  • feria (kermis, jaarmarkt)

Antoniemen

  • día laborable (werkdag)

Veelvoorkomende Collocaties

  • fiesta nacionalnationale feestdag
  • fiesta religiosareligieus festival
  • fiestas patronalespatroonheiligenfeesten

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "fiesta" in het Spaans:

feestfeestdagfestivalsamenzijnviering

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: fiesta

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'fiesta' om een groot, openbaar feest zoals een festival of feestdag aan te duiden?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
festejar(vieren)Werkwoord
festero(feestliefhebbend, feestganger)Bijvoeglijk naamwoord / Zelfstandig naamwoord
festivo(feestelijk, feestdag-)Bijvoeglijk naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

'Fiesta' komt van het Latijnse woord 'festa', wat het meervoud was van 'festum', wat 'feestdag' of 'maal' betekent. Het is een directe verwant van de Nederlandse woorden 'feest' en 'festival', dus ze delen allemaal dezelfde oude wortel die verband houdt met viering en vreugde.

Eerste vermelding: 12th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: festaItalian: festaFrench: fête

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'fiesta' en 'feria'?

'Fiesta' is een algemeen woord voor elk feest, viering of festival. 'Feria' is specifieker en betekent meestal een 'kermis' of 'jaarmarkt', zoals een straatmarkt, een boekenbeurs of een grote regionale viering met attracties, kraampjes en evenementen, zoals de 'Feria de Abril' in Sevilla.

Hoe zeg je 'to party' in het Spaans?

De meest gebruikelijke manier is de uitdrukking 'ir de fiesta' (letterlijk: 'gaan van feest'). Je kunt ook het werkwoord 'festejar' gebruiken, wat 'vieren' betekent. Bijvoorbeeld: 'Vamos a festejar tu nuevo trabajo' (Laten we je nieuwe baan vieren).