gastar
“gastar” betekent “uitgeven” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
uitgeven
Ook: betalen
📝 In Actie
¿Cuánto gastaste en el supermercado?
A1Hoeveel heb je uitgegeven in de supermarkt?
No me gusta gastar mucho dinero en ropa.
A2Ik houd er niet van om veel geld aan kleding uit te geven.
verbruiken, verspillen
Ook: consumeren
📝 In Actie
No gastes la batería del móvil mirando videos.
B1Verspil de batterij van je mobiel niet door video's te kijken.
Gastamos mucha energía en calentar la casa.
B1We verbruiken veel energie om het huis te verwarmen.
Es una pena gastar tanto tiempo esperando.
B2Het is zonde om zoveel tijd te verspillen met wachten.
verslijten, slijten
Ook: opraken
📝 In Actie
Mis zapatos favoritos ya se gastaron.
B2Mijn favoriete schoenen zijn al versleten.
La batería de mi portátil se gasta muy rápido.
B2De batterij van mijn laptop raakt heel snel leeg.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "gastar" in het Spaans:
betalen→consumeren→opraken→slijten→uitgeven→verbruiken→verslijten→verspillen→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: gastar
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'gastar' in de zin van 'tijd verspillen'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het woord 'gastar' komt van het Gotische taal, waar de wortel *wastjan* 'kleden' of 'aankleden' betekende. Na verloop van tijd, naarmate kleding versleet, verschoof de betekenis in het Spaans naar 'verslijten', en later, bij uitbreiding, naar 'opmaken' en uiteindelijk 'geld uitgeven'.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is er een verschil tussen 'gastar' en 'consumir'?
'Gastar' is over het algemeen veel breder. Hoewel beide 'verbruiken' betekenen (zoals brandstof of elektriciteit), is 'gastar' het vereiste werkwoord voor het uitgeven van geld, en het wordt ook gebruikt voor dingen die verslijten. 'Consumir' heeft specifiek betrekking op eten, drinken of het verbruiken van hulpbronnen in de zin van consumptie.
Hoe zeg ik 'Ik heb twee uur huiswerk gemaakt'?
Je moet het werkwoord 'pasar' (doorbrengen/verstrijken) gebruiken, niet 'gastar'. Zeg: 'Pasé dos horas haciendo la tarea.'


