Inklingo

vlek, plekOok: smeerplek

Een grote, donkerrode vlek die in een helderwit doek trekt, wat duidelijk een plek achtergelaten door vloeistof illustreert.

📝 In Actie

Necesito quitar esta mancha de vino de la alfombra.

A2

Ik moet deze wijnvlek uit het tapijt krijgen.

Mi camisa blanca tiene una mancha de grasa.

A1

Mijn witte overhemd heeft een vetvlek.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • tizne (smeerplek, roet)
  • marca (merk, teken)

Veelvoorkomende Collocaties

  • quitar una manchaeen vlek verwijderen
  • mancha de aceiteolievlek

plekOok: vlak, gebied

Een duidelijk onderscheidbaar, onregelmatig stuk heldergroene kleur dat duidelijk afsteekt tegen een doffe bruine achtergrond.

📝 In Actie

En el mapa se ve una mancha azul que indica el lago.

B1

Op de kaart zie je een blauwe plek die het meer aangeeft.

El sol creó una mancha de luz muy brillante en la pared.

B2

De zon creëerde een zeer heldere lichtplek op de muur.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • mancha urbanastedelijke uitbreiding/gebied

vlekt, vlekOok: smeert

WerkwoordA2regular ar
Een hand die een kwast vasthoudt die dikke blauwe verf laat druppelen op een schoon lichtgekleurd houten oppervlak, waardoor een zichtbare verspreidende vlek ontstaat.
infinitivemanchar
gerundmanchando
past Participlemanchado

📝 In Actie

Mi perro siempre mancha el suelo cuando come.

A2

Mijn hond vlekt altijd de vloer als hij eet.

Señora, por favor, no mancha esta tela.

B1

Mevrouw, alstublieft, vlekt deze stof niet. (Beleefd negatief bevel)

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Indicative

Present

yomancho
manchas
él/ella/ustedmancha
nosotrosmanchamos
vosotrosmancháis
ellos/ellas/ustedesmanchan

Imperfect

yomanchaba
manchabas
él/ella/ustedmanchaba
nosotrosmanchábamos
vosotrosmanchabais
ellos/ellas/ustedesmanchaban

Preterite

yomanché
manchaste
él/ella/ustedmanchó
nosotrosmanchamos
vosotrosmanchasteis
ellos/ellas/ustedesmancharon

Subjunctive

Present Subjunctive

yomanche
manches
él/ella/ustedmanche
nosotrosmanchemos
vosotrosmanchéis
ellos/ellas/ustedesmanchen

Imperfect Subjunctive

yomanchara/manchase
mancharas/manchases
él/ella/ustedmanchara/manchase
nosotrosmancháramos/manchásemos
vosotrosmancharais/manchaseis
ellos/ellas/ustedesmancharan/manchasen

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "mancha" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: mancha

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'mancha' als werkwoord?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
canchagancha
📚 Etymologie

Het woord komt van het oudere Spaanse woord 'mancilla', dat zelf is voortgekomen uit een Latijnse wortel die 'onvolkomenheid' of 'vlek' betekent. Het concept van een fysieke vlek is eeuwenlang verbonden geweest met het idee van een morele fout.

Eerste vermelding: 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: manchaFrench (Old): mache

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Hoe kan ik zien of 'mancha' het zelfstandig naamwoord of het werkwoord is?

Kijk naar de woorden eromheen. Als het volgt op een lidwoord (la, una) of een bijvoeglijk naamwoord, is het vrijwel zeker het zelfstandig naamwoord ('la mancha'). Als het volgt op een onderwerp zoals een voornaamwoord (él, ella, usted) of een naam, is het de werkwoordsvorm ('él mancha'). Dit is vergelijkbaar met het Nederlands: 'De vlek' (zelfst. nw.) versus 'Hij vlekt' (ww.).

Heeft 'mancha' iets te maken met de regio 'La Mancha' in Spanje?

Ja, dat klopt! De naam 'La Mancha' betekent letterlijk 'de vlek' of 'het gebied'. Men denkt vaak dat het verwijst naar het droge, dorre uiterlijk van de regio, dat eruitziet als een groot, duidelijk afgebakend stuk land.