Inklingo

rompiste

rrohm-PEES-teh/romˈpiste/

jij brak

Ook: jij sloeg kapot, jij scheurde
WerkwoordA1regular er
Een keramische bloemenvaas ligt in stukken op de grond, duidelijk gebroken in grote, scherpe stukken.
past Participleroto
infinitiveromper
gerundrompiendo

📝 In Actie

Dime la verdad, ¿tú rompiste el jarrón?

A1

Vertel me de waarheid, heb jij de vaas gebroken?

Dijeron que rompiste la ventana con la pelota.

A2

Ze zeiden dat jij het raam met de bal kapotmaakte.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • quebrar (breken (vaak gebruikt voor botten/breekbare dingen))
  • destrozar (vernietigen)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • rompiste la tazajij brak het kopje
  • rompiste el papeljij scheurde het papier

jij brak

Ook: jij schond, jij overtrad
WerkwoordB1regular er
Een eenvoudig houten hek ligt op de grond, gebroken in het midden, wat duidt op een grens- of regel-overschrijding.
past Participleroto
infinitiveromper
gerundrompiendo

📝 In Actie

Ella me preguntó si rompiste tu promesa.

B1

Zij vroeg mij of jij je belofte brak.

El árbitro dijo que rompiste las reglas del juego.

B2

De scheidsrechter zei dat jij de spelregels overtrad.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • infringir (schenden)
  • incumplir (niet nakomen)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • rompiste el silenciojij doorbrak de stilte
  • rompiste el récordjij brak het record

jij maakte het uit

Ook: jij beëindigde de relatie
WerkwoordB2regular erinformal
Twee vereenvoudigde figuren staan ver uit elkaar, met de rug naar elkaar toe, wat een relatiebreuk symboliseert.
past Participleroto
infinitiveromper
gerundrompiendo

📝 In Actie

¿Es cierto que rompiste con tu novio la semana pasada?

B2

Is het waar dat jij het vorige week uitmaakte met je vriend?

Lloraste mucho después de que rompiste esa amistad.

C1

Je huilde veel nadat jij die vriendschap beëindigde.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • terminar (beëindigen)
  • separarse (scheiden)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • rompiste con éljij maakte het met hem uit

🔄 Vervoegingen

indicative

present

vosotrosrompéis
él/ella/ustedrompe
rompes
yorompo
nosotrosrompemos
ellos/ellas/ustedesrompen

preterite

vosotrosrompisteis
él/ella/ustedrompió
rompiste
yorompí
nosotrosrompimos
ellos/ellas/ustedesrompieron

imperfect

vosotrosrompíais
él/ella/ustedrompía
rompías
yorompía
nosotrosrompíamos
ellos/ellas/ustedesrompían

subjunctive

present

vosotrosrompáis
él/ella/ustedrompa
rompas
yorompa
nosotrosrompamos
ellos/ellas/ustedesrompan

imperfect

vosotrosrompierais
él/ella/ustedrompiera
rompieras
yorompiera
nosotrosrompiéramos
ellos/ellas/ustedesrompieran

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "rompiste" in het Spaans:

jij brakjij overtradjij scheurdejij schond

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: rompiste

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'rompiste' correct om te praten over een voltooide actie?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Het werkwoord 'romper' komt rechtstreeks van het Latijnse woord *rumpere*, wat 'breken' of 'barsten' betekent. De wortel is oud en wordt continu gebruikt om het uit elkaar halen van dingen in stukken te beschrijven.

Eerste vermelding: 10th century (in Romance languages)

Cognaten (Verwante woorden)

Italian: rompereFrench: rompre

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Als 'rompiste' regelmatig is, waarom is het voltooid deelwoord dan 'roto' en niet 'rompido'?

Dat is een uitstekende observatie! 'Romper' is regelmatig in de meeste eenvoudige tijden (zoals 'rompiste' in de pretérito indefinido), maar het heeft een onregelmatig voltooid deelwoord: 'roto' (gebroken). Dit is een overblijfsel van zijn Latijnse oorsprong, waardoor het een van die veelvoorkomende werkwoorden is die je gewoon uit je hoofd moet leren.

Wat is het verschil tussen 'rompiste' en 'rompías'?

'Rompiste' (preterito indefinido) betekent 'jij brak' eenmalig, een voltooide actie. 'Rompías' (imperfectum) betekent 'jij was aan het breken' of 'jij placht te breken' — het beschrijft een voortdurende of gewoonte-actie in het verleden.