Hoe zeg je "afleveren" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “afleveren” is “dejar” — gebruik 'dejar' als je bedoelt dat iemand iets neerlegt, achterlaat of stopt met doen, zoals het afleveren van een pakket of het stoppen van lawaai.
Voorbeelden
El cartero va a dejar el paquete en tu casa.
De postbode gaat het pakket bij je thuis afleveren.
impartir
eem-par-TEERim.paɾ.ˈtiɾ

Voorbeelden
El profesor imparte clases de historia antigua.
De professor geeft college in oude geschiedenis (levert geschiedenislessen af).
Ella imparte clases de piano los sábados.
Zij geeft zaterdags pianoles.
El experto impartió una charla sobre el clima.
De expert gaf een lezing over het klimaat.
Es difícil impartir un taller sin los materiales necesarios.
Het is moeilijk om een workshop te geven zonder de benodigde materialen.
Wie voert de actie uit?
Dit woord wordt gebruikt voor de leraar of spreker. Als jij de student bent die op de stoel zit, 'tomas' (neemt) of 'recibes' (ontvangt) de les.
Een formeel alternatief
In het Spaans kun je 'dar' voor bijna alles gebruiken, maar als je professioneel of academisch wilt klinken, is 'impartir' de perfecte keuze voor het 'geven' van lessen.
Deel je pizza er niet mee
Fout: “Voy a impartir mi pizza contigo.”
Correctie: Voy a compartir mi pizza contigo.
Dejar vs. Impartir
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
