Hoe zeg je "confronteren" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “confronteren” is “enfrentar” — gebruik dit woord als je een situatie of persoon direct moet tegemoet treden, zonder dat de actie per se wederkerend is..
enfrentar
/en-fren-TAR//em.fɾenˈtaɾ/

Voorbeelden
Tenemos que enfrentar la realidad, no podemos ignorarla.
We moeten de realiteit onder ogen zien; we kunnen het niet negeren.
El presidente enfrentó muchas críticas por su nueva ley.
De president kreeg veel kritiek te verduren vanwege zijn nieuwe wet.
Ella enfrenta sus miedos con valentía.
Zij gaat haar angsten moedig tegemoet.
Direct Actief Werkwoord
In deze betekenis wordt 'enfrentar' altijd direct gebruikt: het onderwerp (wie de actie uitvoert) confronteert het lijdend voorwerp (het probleem of de persoon). Er zijn meestal geen extra woorden nodig tussen het werkwoord en hetgeen waarmee geconfronteerd wordt.
Verwarring tussen transitief en reflexief
Fout: “Me enfrento el problema.”
Correctie: Enfrento el problema. (De 'me' wordt alleen gebruikt als het probleem jou terugkijkt, wat de volgende betekenis is.)
enfrentarse
/en-fren-TAR-seh//enfɾenˈtaɾse/

Voorbeelden
Debemos enfrentarnos a la realidad de la situación.
We moeten de realiteit van de situatie onder ogen zien.
Ella se enfrentó a sus miedos y subió al avión.
Ze confronteerde haar angsten en stapte in het vliegtuig.
Gebruik van 'a'
Dit werkwoord heeft bijna altijd het kleine woordje 'a' nodig vóór de zaak of persoon die je aangaat. Bijvoorbeeld: 'enfrentarse a un problema'.
Vergeet de 'se' niet
Fout: “Yo enfrento el problema.”
Correctie: Yo me enfrento al problema. (In het Spaans 'confronteer je jezelf met' het probleem door die extra voornaamwoorden zoals me, te of se te gebruiken).
Enfrentar vs. Enfrentarse
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

