Hoe zeg je "dragend" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “dragend” is “portador” — gebruik 'portador' als je een drager van iets specifieks bedoelt, zoals een ziekte, virus of een bepaalde eigenschap.
portador
por-ta-DORpoɾtaˈðoɾ

Voorbeelden
Existen mosquitos portadores de enfermedades peligrosas.
Er zijn muggen die gevaarlijke ziekten verspreiden.
Un individuo portador puede transmitir el gen a sus hijos.
Een dragend individu kan het gen aan hun kinderen doorgeven.
Verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord
Hoewel het eindigt op '-dor', verandert het in 'portadora' als het ding dat het beschrijft vrouwelijk is (bijv. 'la mosca portadora').
Het weglaten van 'van'
Fout: “Zeggen 'portador el virus'.”
Correctie: Gebruik altijd 'de' na portador: 'portador del virus' (drager van het virus).
puesto
PWES-tohˈpwesto

Voorbeelden
Ya tienes el abrigo puesto, ¿nos vamos?
Je hebt je jas al aan, gaan we?
La mesa ya está puesta para la cena.
De tafel is al gedekt voor het diner.
Los libros están puestos en el estante.
De boeken zijn op de plank geplaatst.
Zorgen dat het overeenkomt
Als bijvoeglijk naamwoord moet 'puesto' overeenkomen met de persoon of het ding dat het beschrijft. Gebruik 'puesto' voor mannelijke dingen, 'puesta' voor vrouwelijke, 'puestos' voor mannelijke meervoud, en 'puestas' voor vrouwelijke meervoud. Bijvoorbeeld: 'el abrigo puesto' (de jas aan), 'la camisa puesta' (het hemd aan).
Waar het staat
Dit bijvoeglijk naamwoord komt meestal na het ding dat het beschrijft, wat een veelvoorkomend patroon is in het Spaans. Je zou zeggen 'la gorra puesta' (de pet op), niet 'la puesta gorra'.
Verwarring tussen 'portador' en 'puesto'
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

