Inklingo

Hoe zeg je "gezet" in het Spaans

Dutch → Spaans

puesto

/PWES-toh//ˈpwesto/

Werkwoord (Voltooid Deelwoord)A2neutraal
Gebruik 'puesto' als voltooid deelwoord van 'poner' (zetten, leggen, plaatsen), bijvoorbeeld in de context van 'Wij hebben gezet'.
Een close-up van een zilveren sleutelbos die duidelijk op een glad houten tafelblad ligt.

Voorbeelden

He puesto las llaves sobre la mesa.

Ik heb de sleutels op tafel gelegd.

¿Dónde has puesto mi libro?

Waar heb je mijn boek neergelegd?

Nunca habíamos puesto un pie en esta ciudad.

We hadden nog nooit voet in deze stad gezet.

De 'Hebben gedaan' Vorm

Dit is de speciale vorm van 'poner' (leggen/plaatsen) die je gebruikt met het hulpwerkwoord 'haber' (hebben) om te praten over dingen die 'gebeurd zijn'. Bijvoorbeeld, 'he puesto' betekent 'ik heb gelegd'.

Het Verandert Hier Niet

Wanneer gebruikt met 'haber' om een hoofdwerkwoord te vormen (zoals in 'he puesto'), blijft 'puesto' altijd hetzelfde. Het verandert niet voor mannelijke of vrouwelijke dingen.

Onregelmatig versus Regelmatig

Fout:Een veelgemaakte fout is proberen een regelmatige vorm te maken, zoals 'ponido'.

Correctie: Het werkwoord 'poner' is onregelmatig, dus het voltooid deelwoord is altijd 'puesto'. Onthoud gewoon: 'poner' -> 'puesto'.

colocado

/koh-loh-KAH-doh//koloˈkaðo/

AdjectiefA2neutraal
Gebruik 'colocado' als bijvoeglijk naamwoord om aan te geven dat iets op een specifieke, vaak weloverwogen, plek is neergezet of neergelegd.
Een enkele rode appel die perfect in het midden van een klein houten krukje zit.

Voorbeelden

El jarrón está bien colocado sobre la mesa.

De vaas staat goed geplaatst op de tafel.

Los libros están colocados por orden alfabético.

De boeken zijn gerangschikt op alfabetische volgorde.

De uitgang veranderen

Omdat dit woord een zelfstandig naamwoord beschrijft, moet je de 'o' veranderen in een 'a' als je over iets vrouwelijk spreekt (una silla colocada) of 's' toevoegen voor meervouden (libros colocados). In het Nederlands is dit minder strikt, maar let op de overeenkomst met het zelfstandig naamwoord.

Gebruik met 'Estar'

Wanneer je beschrijft waar iets zich momenteel bevindt, gebruik je altijd het werkwoord 'estar' (zijn) vóór 'colocado'.

Puesto versus Colocado

De meest gemaakte fout is het verwarren van de handeling van het zetten ('puesto') met de staat van het geplaatst zijn ('colocado'). 'Puesto' beschrijft de actie, 'colocado' beschrijft het resultaat of de positie.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.